Over honden gesproken

0

Je hebt hondenmensen en kattenmensen. Ik ben een absoluut hondenmens. Wat gek is om te zeggen als je bedenkt dat ik nog nooit een hond gehad heb – en het dus eigenlijk helemaal niet kan weten – en stiekem ook nog eens bang ben voor honden. Althans, voor blaffende. Pieter is een kattenmens; toen ik hem dertien jaar geleden ontmoette, had hij er zes, waarvan er één zwanger. Zij poepte er binnen een maand na onze ontmoeting twee kittens uit; zaten we met acht van die mormels in een huis. Ik vind ze te afstandelijk, te onafhankelijk, te hautain en te onvoorspelbaar. Allemaal eigenschappen die je een hond niet snel zal toeschrijven. Maar ja, dat blaffen hè?

Piet en ik denken al jaren na over de aanschaf van een hond. We weten precies welke we zouden willen hebben en fantaseren regelmatig over een naam. Om ons heen scharrelt er bij steeds meer vrienden een rond, wat het gevoel gewoon die knoop door te hakken aanwakkert. Maar telkens zijn er weer onze rationele tegenwerpingen: we reizen te veel, leiden een te onrustig leven, wonen in een te klein appartement. En dan verdwijnt voor eventjes weer die hang naar ook zo’n beestje in ons huis, al sluimert die op de achtergrond in stilte verder.

Onlangs waren we op een feestje. Vrienden van de jarige job hebben een klein jaar geleden een hond uit het asiel gehaald, hier in Spanje. Gevraagd naar de reden waarom juist die hond, bleek het een liefde-op-het-eerste-gezicht-ervaring te zijn geweest met deze pointer, die ze Jane hebben genoemd. Maar Jane bleek nogal getraumatiseerd te zijn. Als jachthond werd ze onder de grond gehouden, zonder eten of daglicht, om alleen boven de grond te komen als er gejaagd moest worden. Het heeft haar tot een extreem angstige, onhandelbare hond gemaakt. Zo angstig dat uitlaten een verzoeking was, waarbij ze met haar staart tussen haar benen onder auto’s ging liggen en niet meer tevoorschijn wilde komen, hoe hard ze ook aan de riem trokken. Zo bang dat alleen thuis zijn leidde tot vernielingen van banken, vloerkleden en kleding, onder continu wanhopig geblaf en gejank. Na vier maanden was dit stel aan het eind van hun Latijn; wat moesten ze toch met Jane? Een goede hondenpsycholoog die het dier vier weken intern heropvoedde en liet bijkomen van alle nieuwigheid bleek een goede eerste zet richting toom, maar het beste advies kwam aan het eind van die periode: ‘Waarom nemen jullie geen tweede hond?’ Dat was wel het laatste wat er in hen op was gekomen, maar ze lieten zich overhalen. Ozzie, een rustige, relaxte vuilnisbak vol zelfvertrouwen, werd aan de roedel toegevoegd en doet nu exact wat ze hoopten: hij houdt Jane calm, cool and collected. Ze is er nog niet, maar maakt snel vorderingen.

‘Als ik Jane zie, en wat ze met haar hebben meegemaakt, ben ik toch wel blij dat we geen hond hebben,’ zei Pieter nadat we het feestje hadden verlaten. Ik kon alleen maar knikken, maar haar zachte vacht en voorzichtig aftastende natte snuit brachten ondanks de verhalen dat gevoel naar boven: zou het niet heerlijk zijn?

Zojuist maakte ik een wandeling naar onze supermarkt, hier zo’n vijf kilometer vandaan. Heuvelop zag ik een caddy langzaam de berg af rijden, met regelmatig een lange pauze. Wat is degene achter het stuur toch aan het doen?, vroeg ik me af. Gaat het wel goed daar in die auto? Dichterbij gekomen zag ik een oud, mager vrouwtje achter het stuur zitten, mij vriendelijk toeknikkend toen ze me voorbij reed. Geen hulp nodig, was me duidelijk. Maar waarom ging ze dan ook nu pal achter mij weer stilstaan? Voor me, de heuvel op, zag ik opeens een gedaante over de weg naar beneden komen. Het was een bruin-witte cocker spaniel die in noodvaart de heuvel afsjeesde en zich daarna kwispelend bij zijn oude vrouwtje voegde, die met haar caddy op hem stond te wachten. Mijn hart smolt van de aanblik van dat oude vrouwtje dat uitstapte, zich bukte en haar gezicht begroef in de vacht van haar hond. Daarna keek ze op naar mij en glimlachte. Ik grinnikte terug.

Te oud en krakkemikkig om hem nog uit te laten, maar toch een modus gevonden die voor beide werkte. Ik keek ernaar met een verlangend hart. Zo gaat het dus altijd: de eeuwige discussie tussen de ratio die zegt: het is echt niet handig nu, en de emotie die zegt: ja maar…

Wie weet.

Ooit.

Zou het niet heerlijk zijn?

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties