Dag 23 Acuescar – Valdesalor, 27km

0

Gistermiddag liepen Pieter en ik even het dorp in om wat noten, gedroogd fruit en ander spul voor onderweg te kopen. Op de terugweg passeerden we een bar. Kopje thee om op te warmen? We liepen er binnen en slaakten een zucht van tevredenheid: er was volk, er was verwarming, er was muziek. Hier bleven we maar even, want nog meer tijd doorbrengen in dat ijskoude tochthol dat zich een accommodatie noemde, was voor niemand leuk. Ray, de boerende Amerikaan, had ook zijn toevlucht gezocht in de kroeg, en we spotten de vrienden Evert en Hub ergens in de hoek. Ray kwam bij ons staan, en thee ging over in rode wijn. Al snel was het na zevenen en tijd om naar ons lekke huis te gaan voor de beloofde avondmaaltijd.

Er was denk ik ergens iets verloren gegaan in de vertaling. De hospitalero had me gezegd dat er vanaf kwart over zeven een ’tapina’ werd geserveerd, een klein tapasje met een drankje. Dus om kwart over zeven nam ik Pieter en Heike, de Duitse snelheidsduivel, mee naar beneden, waar we wachtten op de hospitalero. Die kwam, met in zijn kielzog een jonge monnik in een zwarte pij met wapperende cape. Deze kant op, beval die. We volgden hem een kleine kapel in, en kregen daar in krom, onverstaanbaar Engels, een uitleg over elk beeld dat in de kapel te zien was. Van een drankje of een tapina geen spoor, ik had het duidelijk verkeerd begrepen. Na deze onbegrijpelijke rondleiding verontschuldigde ik me bij Heike, maar ze had het gelukkig interessant gevonden om meer te leren over deze ‘Casa de Acogida de los Esclavos de María y de los Pobres’ waar we sliepen. Daarna doken we de krochten van het gebouw in naar de ‘comedor’, de eetzaal, diep weggestopt in de kelder. Uit de keuken kwamen schalen met salade, met boontjes en spekjes, met empanada’s en met oven-gebakken sardientjes. Aan tafel zaten we met de Amerikaanse Ray, de Duitse Heike, de Nederlanders Hub en Evert, de Brit Duncan (die in Schotse rok wandelt), en de Franse Etienne. Iedereen had al zijn kleding aan en zat met blauwe lippen de heerlijke maaltijd te verorberen. Het ging schoon op, en toen aan de afwas. Die was natuurlijk met zo’n grote club in no time gedaan, en toen hup, terug naar de bar. Terug naar de verwarming!

Na het glaasje wijn dat we daar nog dronken, drong de nacht zich koud en donker aan ons op. Een kleine zwart-witte kat wilde nog graag met ons mee de slaapzaal in, maar die hebben we op een dwaalspoor gezet. Geen katten met hun klauwtjes in mijn slaapzak, thank you. We sliepen allebei belabberd. Het was zo ongelofelijk koud. De deken gleed de hele tijd van de gladde slaapzak af en het was voetje-vrijen met jezelf om de temperatuur van je pootjes boven het vriespunt te krijgen.

Vanochtend gaat de wekker om 6.50 uur. Pieter en ik staan direct naast ons bed; we snoezelen toch al uren zonder echt diep te slapen. Een ruim kwartier later zitten we weer in die lekker warme bar, waar de koffie wacht en de tostada con tomate heerlijk is. Beetje bij beetje druppelen zowel locals als pelgrims binnen. We vertrekken zo’n beetje tegelijkertijd, behalve Duncan en Heike, die vandaag helemaal doorlopen naar Cáceres (39 km!) en dus even de pas erin willen zetten.

Voor ons de twee Urkers Hub en Evert, en de Amerikaanse Ray

De dag is grauw en grijs, maar niet zo heel koud. Buiten is het zelfs warmer dan het in onze slaapzaal was! Toch trekken we bijna al onze kleding aan, want het gaat vanaf 10 uur regenen en dat houdt niet meer op. Die voorspelling blijkt on point. Het is eerst nog miezer die komt en gaat, maar vanaf een uur of 12 trekt de wind aan en worden we richting eindbestemming geblazen terwijl de regen ons om de oren slaat. We lopen een stukje op met Etienne, een jonge Parijzenaar die zijn baan heeft opgezegd, een stedentrip naar Cádiz en Sevilla maakte en toen spontaan bedacht dat hij een stuk camino ging doen. Hij loopt op tennisschoenen want die had hij toevallig aan, heeft een leren rugzak om en draagt een spijkerbroek en overhemd. Vandaag is zijn laatste dag, morgen heeft hij nog een dag in Cáceres en dan zit het erop. Vindt hij het misschien leuk om morgen met ons in Cáceres een hapje te gaan eten? Dat vindt hij. Telefoonnummers worden uitgewisseld en als Pieter en ik gaan rusten, schiet Etienne er op zijn witte tennisschoenen vandoor. Hij heeft nog een aardige tippel voor de boeg.

Dit soort prachtige oude bruggen passeren we meerdere keren vandaag.

Etienne gaat ervandoor, over weer zo’n geweldige brug

Net als hij uit het zicht verdwijnt, is daar opeens onze pelgrimsvriend Peter, de olijke Duitser. Peter doet niet aan herbergen, hij is een chique pelgrim die het zich alleen in mooie hotels laat welgevallen, dus gister waren we Peter kwijt. Die sliep ergens waar er wel verwarming was, waar je gewoon een handdoek kreeg en je bed was opgemaakt. Geef hem eens ongelijk. Peter hebben we meteen uitgenodigd om morgen met Etienne en ons te eten in Cáceres, want Peter kun je er heel goed bij hebben. De man heeft een passie voor rotstekeningen en reist de hele wereld over in zijn Unimog (een vrachtwagen die in Parijs-Dakar niet zou misstaan) om on-ontdekte rotstekeningen te vinden. Volgens ons is hij super-superrijk, maar dat weten we niet zeker. Hij is in ieder geval heel leuk, gezellig, goedlachs en interessant. Een pelgrim zoals je die graag om je heen hebt.

Nadat ook Peter voor ons uitloopt en we eigenlijk alleen Ray nog achter ons hebben, lopen we in de storm naar ons onderkomen in Valdesalor. Er is hier in het dorp een Albergue, maar daar had ik het voor nu even mee geschoten, dus ik ben booking.com ingedoken. En zowaar: La Posada de la Plata ligt hier ook en had nog één kamer over. En daar zitten we nu. Het is hier gloednieuw, het bed is ongelofelijk comfortabel, er is verwarming. We zijn zo blij als twee kipjes. Als twee natgeregende kipjes, dat wel, maar oh zo blij!

Je ziet hoe hard de wind van links komt; Pietje hangt er gewoon tegenin te hangen!

Slapen: La Posada de la Plata aan de rand van het dorp. Het heeft zeven kamers, allemaal op begane grond, is heel nieuw en modern. Een echte aanrader als je even iets anders wil dan brakke bedjes in brakke herbergen.

Oh zo fijn!

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties

Twijfel alom

Toen bleek dat er geen slaapplek op de route meer te vinden is, sloeg de twijfel toe.