Vandaag wordt anders dan andere dagen op deze Chemin St. Guilhem, zoals je kunt zien aan de hoofdfoto. We gaan namelijk kanoën!
De ochtend begint met een paar honderd meter door Champerboux, dat een leuk dorpje blijkt te zijn. Ze hebben er een heel eigen stijl van dakdekken: ze leggen ‘caussenardes’ – heel dikke kalkstenen dakpannen uit de steengroeven van de Sauveterre – op het dak zonder spanten te gebruiken. Door hun gewicht blijven de dakpannen op hun plek. Het ziet er prachtig uit:

Daarna stijgen we een beetje, om vervolgens vijf kilometer lang non-stop af te dalen. Na een kilometer of drie krijgen we de keuze: rechtsaf is eenvoudig en 30 minuten korter. Linksaf is voor daredevils zonder hoogtevrees, stokken worden geadviseerd. Wij weten het wel: rechtsaf voor ons.
Sainte-Enimie
Even later ontwaren we het dorpje Sainte-Enimie. Eén van ‘s lands mooiste dorpen, dat prachtig in de Gorges du Tarn ligt. Als we er steil naar beneden doorheen wandelen, over stenige straatjes, door gewelfde doorgangen en langs kleine boutiques, lezen we dat elk plein in het dorp zijn eigen functie had. Zo hebben we het Place du Blé, waar vroeger alleen mannen mochten komen en waar molenaars hun waar verkochten, vooral tarwe dus. Een straatje verder ligt Place au Beurre. Daar kwamen boeren heen om hun producten aan de man te brengen, en een specialiteit was blijkbaar schapenboter. Maar wat mij het meest aanspreekt aan dit dorpje, is de legende achter zijn naamgever.


Links zie je hoe mooi het dorpje daar ligt

De legende van Enimie
Het verhaal dat de troubadours in de late middeleeuwen aan de hoven van Europa vertelden, was van Enimie, de dochter van koning Colvis II die in de zevende eeuw regeerde over de Merovingers. Enimie wilde niets liever dan haar leven in dienst stellen van God, maar dat was natuurlijk voor een meisje van adel niet wenselijk. Uitgehuwd moest ze worden, en kinderen baren.
Ze bad tot God. Kon hij haar niet onhuwbaar maken? Blijkbaar was God welwillend; hij gaf haar lepra, zodat alle geïnteresseerde mannen na één blik op het meisje het hazenpad kozen. Haar vader stuurde haar naar dit dorpje om te genezen, en zowaar, door te badderen in het water van de Tarn genas ze. Ze werd teruggehaald naar het hof, maar direct stak de ziekte weer de kop op. Opnieuw ging ze naar de Gorges du Tarn en opnieuw genas ze snel. Dit herhaalde zich een aantal keer, totdat de koning tot inzicht kwam dat zijn dochter misschien toch inderdaad maar haar leven moest wijden aan God. Ze werd non en twee eeuwen later werden er twee kloosters gesticht in het dorp dat inmiddels haar naam droeg.

Die kloosters, één voor mannen en één voor vrouwen, hebben aardig te lijden gehad onder de Franse revolutie. Van alles wat er ooit gebouwd is, staat nu alleen nog de kapel Sainte Madeleine en de eetzaal voor de monniken, de zogenaamde kapittelzaal.
Kanoën!
Qua cultuur kun je je hart hier dus ophalen, maar qua sportiviteit ook. En dat is wat wij gaan doen: we hebben een 6km lange kanotocht geboekt. Even niet die benen gebruiken, even de wereld bekijken vanaf het water. Het waterniveau blijkt aardig laag te zijn, maar dat mag de pret niet drukken. Samen nemen we plaats in zo’n knalgeel gevaarte en met onze telefoon en een flesje water in de ton laten we ons de Tarn op duwen.


Af en toe stranden we op de stenen. Duwen maar!
Een uur en zes kilometer later meren we aan in St. Chely du Tarn. Ook weer zo’n charmant dorpje dat prachtig in de kloof ligt. We wachten op het busje dat ons terugbrengt. Als we er net in hebben plaatsgenomen, begint het te gieten van de regen. We hadden niet eens in de gaten hoe wolken zich boven de kloof samenpakten. Zoveel geluk!
Tegen de tijd dat we aankomen in Ste. Enimie valt het in dikke druppen naar beneden. Gelukkig laat de meneer van de bus ons de ergste regen binnen uitzitten. Als we toch enigszins natgeregend aankomen in ons hotel, dondert en bliksemt het. Ongelofelijk dat we niet meer op het water zitten, maar onze kamer in mogen voor een heerlijke douche en schone kleren. Piet zegt wel eens: als je goed speelt, mag je geluk hebben. Blijkbaar hebben we íets goed gespeeld 🙂
Hoogtemeters: 31m omhoog, 484m omlaag
Slapen: Auberge du Moulin, midden in het centrum. Een duurtje, maar wel een fijn duurtje!
Kosten: 96 euro per persoon voor demi-pension
PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.
PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

No comments