Chemin St. Guilhem: La Vacquerie – St. Guilhem le Désert, 22km

1

Het dorpje La Vacquerie etc. etc. mag dan niets voorstellen, er woont in ieder geval één man die ongelofelijk goed kan koken. En bij die man eten wij. Het restaurant heet heel origineel La Vacqueroise, heeft een 4.9 op Google en wordt gerund door een Belgisch stel. Zij in de bediening, hij in de keuken. De kaart is origineel en anders dan we gewend zijn. We zitten heerlijk buiten, even verderop staat een oud camperbusje als prop, en tussen de keuvelende Fransen eten we brandade (kabeljauw met aardappelpuree gemixt, op een boterham, en daaroverheen stukjes chorizo) en boulette (gehaktbal Belgische stijl met waanzinnige jus). Het is om je vingers bij op te eten zo lekker. Onze twee bevriende stellen komen rond half acht ook nog even kijken, maar worden door de Belgische dame rücksichtslos richting de bistro gestuurd; zij heeft geen plek meer. Sorry jongens!

Dit culinaire genot gaat vanochtend vrolijk verder. Gister bij de épicerie hebben we namelijk eieren, vers bruin brood en kaas gekocht. Moet je kijken naar wat een feest-ontbijt we vanochtend hadden. Met avocado erbij!

We krijgen het niet cadeau

Met een boterham met omelet in onze rugzak en hetzelfde in onze buik vertrekken we vanochtend rond 8.30 uur. Het heeft gisteravond en vannacht ongelofelijk geregend, gebliksemd en gedonderd, dus de lucht is schoon en fris. Struikjes die langs onze benen strijken laten waterdruppeltjes achter op onze schenen en het ruikt heerlijk buiten. Echt zo’n geur van een zomerse bui op droge aarde. Een beetje harsig, kruidig, natte grond.

We stijgen het dorp uit en kijken na een tijdje achterom. Voorbij de Causse de Larzac, die we gister doorwandelden, zien we de kloof van de Cirque de Navacelles in de verte. Een bizar idee dat we die gisterochtend uitklommen en dat we die nu van zo ver kunnen zien. Ook al gaat wandelen langzaam, het gaat stiekem best snel!

Onze route wordt vandaag een pittige. Of zoals Pieter bij het ontbijt zegt: ‘We krijgen het niet cadeau, deze laatste dag.’ Het wordt ruim 400 meter klimmen en daarna ruim duizend meter omlaag. Lekker voor de knietjes! Daarbij komen we door geen enkel dorp, zullen we geen waterpunt treffen en wordt het opnieuw warm, een graad of 31. O ja, en het gaat regenen van ongeveer 13.00 tot 18.00 uur. Ach ja, je moet er blijkbaar iets voor over hebben, voor onze St. Guilhem.

Mont Saint-Baudille

Al vroeg in de ochtend valt ons oog op een berg in de verte met daarop een gigantische antenne. Al wandelend komen we steeds dichterbij deze 70 meter hoge telecommunicatietoren. Terwijl de zon inmiddels wordt gefilterd door een dikke laag sluierbewolking, klimmen Pieter en ik over grove stenen de Mont Saint-Baudille op, zoals deze berg heet. Helemaal bovenaan weten we niet wat we zien: een 360 graden panorama. Voor ons ligt in zuidelijke richting het Mediterrane laagland en de vlakte van Hérault met wijnvelden en boerenland. Achter ons ligt de Causse du Larzac en zie je de bergketens van de Cevennes. Rechts, naar het westen, zien we de heuvels van de Haute-Languedoc. Als het heel helder is, zie je de besneeuwde toppen van de Pyreneeën, maar vandaag is het te heiïg. En links ligt Montpellier en zie je de iconische kammen van de Pic Saint-Loup. De Mont-Ventoux zou ook te zien moeten zijn, maar ook daarvoor is het niet helder genoeg. Het is niet erg; dit is al spectaculair genoeg!

De communicatietoren die we al van verre zagen

Afdaling

Vanaf deze Mont Saint-Baudille begint de afdaling. Het begin is pittig. Het waait hard en trapsgewijs daal je over steenplateaus af. De wind trekt aan ons shirt, we willen eigenlijk continu opkijken om van het uitzicht te genieten, maar het pad vraagt alle aandacht. Na ongeveer twintig minuten verandert de hellingsgraad en kunnen we heerlijk tempo maken. Met grote passen schieten we over het stenige pad. Een jonge knul met een hoed en sportieve kleding komt ons tegemoet gewandeld. Zijn stokken tikken op de losliggende steentjes. Niet veel later komt hij ons in hoog tempo voorbij gerend. Elke stap lijkt perfect bedacht en uitgevoerd, het is prachtig om naar te kijken. Als we kort erna met Jacques en Geneviève staan te kletsen omdat we hen hebben ingehaald met ons moordende tempo, komt de jongen weer naar boven gewandeld. Hij gaat voor een tweede rondje!

Cirque de l’Infernet

Wij zijn intussen op een brede steenweg beland en wandelen relaxed de laatste zes kilometer. We volgen een bergflank linksom, draaien dan naar rechts, klimmen een stukkie en dan valt onze mond opnieuw open van verbazing. We zijn in een andere Cirque beland! Deze heet Cirque de l’Infernet, wat kleine hel betekent, en dankt zijn naam aan de verzengende hitte die in de zomer tussen de wanden kan blijven hangen.

Net als Navacelles is dit een keteldal van steile kalksteenwanden. Vanuit de bedding van het riviertje de Verdus beneden in het dal rijzen die wanden maar liefst 400 meter loodrecht omhoog. Om ons heen torenen de ruige, kale kliffen richting de hemel. Beneden ons zien we dennenbossen, een oude olijfboomplantage en steeneikjes. Voor ons, iets lager, zien we Richard, Isabel, Jacques en Geneviève strak langs de loodrechte wandelen schuifelen. O mijn god dat ziet er spannend uit. Als ik hen roep, echoot het geluid via de wanden terug onze oren in. Ze kijken allemaal op en zwaaien. Blijkbaar is het niet zo eng dat ze daarvoor de puf niet hebben.

Monnikenwerk

Eerst dalen we af over Les Fenestrettes, een ongelofelijk indrukwekkend ezelspad dat eeuwen geleden door de monniken van de abdij van Gellone (de abdij die is gesticht door St. Guilhem) uit de steile rotswand is uitgehouwen en gestut. Over een brede muur wandelen we via strakke haarspeldbochten slingerend naar beneden. Dan wandelen we weer een bos in. Dit keer geen dennenbomen maar steeneiken langs het pad, dat verder wordt omzoomd met struiken met klinkende namen als sneeuwbal, aardbeiboom, fenicische jeneverbes en veelbloemige heide.

Ik heb net staan zwaaien en roepen naar onze vrienden. Voor mijn handen zie je het pad dat de monniken hebben uitgehouwen en dat we straks moeten bewandelen. Oogt best eng, toch?

Het zijn de laatste kilometers. We genieten met volle teugen van het prachtige keteldal waarin we wandelen, en waar de plotselinge verschijning van het dorpje St. Guilhem le Désert ons verrast. Opeens ligt het daar. Het oude kloosterdorpje telt slechts 250 inwoners, maar wordt gedurende het jaar bezocht door maar liefst een miljoen toeristen. Die komen gedurende de dag en vertrekken weer als het avond wordt. Er zijn dan voor tienen ook geen winkels of barretjes open, en na negen uur ‘s avonds trekt er een diepe rust over het dorp.

Abdij van Gellone

We lopen over de oude klinkerstraatjes en door smalle steegjes naar onze gîte, nemen een douche, leggen even de benen te rusten, en dan is het op naar de Abdij van Gellone. Dat is immers het officiële eindpunt van deze pelgrimsroute. Willem van Gellone (St. Guilhem dus) stichtte deze abdij in 804. Het geldt als een prachtig voorbeeld van vroeg-romaanse bouwstijl. Van binnen is het sober. Geen opsmuk, geen kunst, zelfs geen glas-in-lood. Alleen het zonlicht dat via smalle ramen naar binnen valt. Voorin in de kerk zitten enkele mensen geheel gehuld in het wit op hun knieën te bidden. Het is er muisstil en koud. We krijgen er kippenvel van, zo mooi.

De abdij van Gellone, met beneden bij de waterval een man die er precies uitziet als de professor uit Back to the Future

We steken een kaarsje aan. Al kregen we de dag misschien niet cadeau, alles aan de dag voelde als één groot cadeau. Een cadeau dat we in dankbaarheid accepteren.

Hoogtemeters: 422m omhoog, 1012 m omlaag

Slapen: Gîte de la Tour

Kosten: 85 euro voor een tweepersoonskamer met gedeelde badkamer

PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.

PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

About author

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

1 comment

Post a new comment