Met achttien man zitten we aan de dinertafel. Opnieuw zijn Pieter en ik de enige niet-Fransen. We hebben tot nu toe op deze weg twee Denen ontmoet en that’s it. Verder is alles Frans wat de klok slaat.
Met twee van die Fransen raken we aan de praat. Het zijn Louise en Morgane, twee vriendinnen uit Nantes, die beiden in hun vijfde jaar van hun geneeskundestudie zitten. Ze moeten binnen nu en een jaar het grote examen doen dat elke geneeskundestudent in dit land moet doen. Op basis van dat examen wordt van álle geneeskundestudenten één grote ranking gemaakt, en hoe hoger je op die lijst staat, hoe beter je kansen zijn op de arbeidsmarkt. Sta je hoog, dan heb je het voor het kiezen. Sta je laag, dan eindig je waarschijnlijk in een klein, onbetekenend rotziekenhuisje ergens waar je nooit een spannende operatie zult doen. Dat alles valt of staat dus met dat ene examen. De druk, joh, ongelofelijk.
Gelukkig zijn het positieve, lieve meiden. Die laten zich de pis niet zo snel lauw maken, denk ik maar zo.
Aan de andere kant van ons zitten vijf mensen waarvan er twee ook de Chemin St. Guilhem hebben gelopen en voor wie vandaag de laatste dag was. Twee anderen hebben vier weken lang een tour door Les Cevennes gemaakt en zijn nu ook met hun laatste week bezig. Voor Louise en Morgane is morgen de laatste dag, dus we zitten met allerlei mensen die rondlopen met afscheid van deze streek in hun hoofd. We zijn dankbaar dat wij nog zes dagen mogen!
Haute cuisine
En die dankbaarheid heeft ook te maken met het eten. Want man, wat is het in deze Gite La Draille weer spectaculair. We beginnen met een huisgemaakte terrine (een heel grove paté) met groene salade. Daarna een flan van courgette, eigenlijk een enorme courgettetaart maar dan zonder bladerdeeg. Daarna komen er vier verrukkelijke kazen op tafel. En we eindigen dit feestmaal met huisgemaakte appelcompote met een kastanjecrème en slagroom. Loopt het water je al in de mond? Dat bedoel ik.
Tot na negenen kletsen we met die toffe meiden – en trouwens: de mensen aan onze rechterzijde doen ook enorm hun best om Engels te praten zodat Pieter het verstaat, wat we echt heel lief en bijzonder vinden – en dan gaan we naar onze kamer voor een serietje op de laptop. De beentjes omhoog, herstellen maar.
Andere manier van wandelen
De dag vandaag biedt eigenlijk weinig spannends om te melden. Het is stijgen, stijgen en nog eens stijgen, kilometers lang, door alleen maar dennenbos. Meyrueis ligt in een gorge dus dat klimmen is logisch, maar dat het in een saai, stil bos moet vind ik toch wel jammer. Louise en Morgane, die we na zeven kilometer treffen, doen het wat dat betreft beter. Ze boeken ergens een gîte en kijken vervolgens op Komoot om te zien hoe ze hun wandeling naar die gîte leuker kunnen maken. Louise laat het ons zien.
‘Kijk, dan gaan we hier naar dat kerkje (ze zoomt in, klikt op het kerkje en laat ons allerlei foto’s zien), dan wandelen we door naar deze waterval. Kijk. Mooi toch? Dan gaan we hiernaartoe, daar schijnen dinosaurusafdrukken te zien te zijn. En dan willen we nog hierlangs, dat is een grot met stalactieten en zo. En als we nog tijd en zin hebben, pakken we deze top even mee.’ Ze zoomt in, zoomt uit, draait en vergroot, en maakt zo aan ons duidelijk dat hun wandeling vele malen interessanter wordt dan de onze.
Maar ja. Die van hun is 30 kilometer (wat de meewarige blikken van Morgane verklaart, die nog nooit eerder zo’n meerdaagse hike heeft gedaan en waarschijnlijk denkt: echt waar, gaan we dat doen?) en volgt slechts kleine stukjes van de Chemin St. Guilhem. Trouw als we zijn, wijken we niet af van de Chemin waarop we zitten. Maar een gave manier van wandelen vinden we het wel, de Louise-manier. Misschien voor ooit.

In de ochtend lopen we vanaf de gîte het dorpje Meyrueis binnen. Het ligt erg mooi, aan de (drooggevallen) rivier La Jonte



We wandelen vandaag het departement Gard in

Alleen maar bos

En nog meer bos
Gelukkig wandelen we ook nog rond Lac du Bonheur (het meer van geluk)!

En weer terug het bos in


Bij onze laatste pauze beginnen de wolken weer dramatisch te doen, maar gelukkig houden we het vandaag wel droog en donderloos
Accommodaties
Vandaag komen we aan in l’Espérou. Al in maart heb ik daar een accommodatie geboekt. Ik deed dat telefonisch, en de dame die ik sprak vroeg of ik 20 euro naar haar wilde opsturen. Een ietwat bizar verzoek, maar weet ik veel wat de Franse manier van doen is. Dus ik stuur dat enveloppie, nooit meer iets van vernomen. Tot ze me vorig week belt: ze moest afzeggen. Ze kon ons niet ontvangen. Ehm…. Is er een alternatief daar bij u in l’Espérou? Die was er. Bij ene Philippe Jover. Ik belde de man, en gelukkig: we konden terecht. Later echter bedacht ik me dat dit de dame was aan wie ik die twintig euro had gestuurd. Zouden we die nog terugzien dan?
De accommodatie gister heette La Draille. De accommodatie die Louise en Morgane voor vandaag hadden geboekt heette La Grande Draille. Verdomd, dacht ik gisteravond toen we het erover hadden, dat is de gîte die ons niet langer kon ontvangen. We legden het uit aan Louise en Morgane, en die boden prompt aan om de dame om die twintig euro te vragen. Perfect.
Vanmiddag lopen we het dorp binnen en het eerste pand is van Gîte la Grande Draille. De mevrouw van twintig euro! We lopen er binnen, een meneer komt van elders aan gewandeld en ik leg hem uit wat er gebeurd is. Hij bekijkt zijn reserveringenboek, pakt er een envelop uit, opent die en laat me de brief zien die erin zit. Da’s niet mijn handschrift. Niet mijn envelop. ‘Dan weet ik het niet,’ zegt hij, ‘dit is de enige envelop.’ Op dat moment komt er een dame binnen. Ik leg opnieuw mijn verhaal uit en zeg dat ze mij vorig week heeft gebeld om af te zeggen maar dat ik haar ooit twintig euro heb gestuurd. De verwarring straalt van haar gezicht af. ‘Ik heb u niet afgezegd,’ zegt ze, ‘en ik heb ook nooit twintig euro ontvangen van iemand uit Nederland.’
‘Er is wel een Gîte la Draille hier,’ zegt dan de man. Nou breekt mijn klomp. ‘Er is een Gîte la Draille hier?’ vraag ik. ‘U heet La Grande Draille, en er is ook een La Draille?’ Hij knikt. ‘Even verderop in de straat.’ ‘Da’s wel een beetje verwarrend,’ zeg ik, ‘maar het verklaart alles. Het spijt me zo dat ik u heb lastiggevallen.’ De man boeit het niets, de vrouw is duidelijk ontstemd. Ik geneer me diep en loop met het schaamrood op de kaken bij hen weg.
Ik kijk in mijn schema met alles wat ik geboekt heb en zie dat de gîte hier die ik geboekt had, niets met La Draille te maken had. Hij heet Cap de Mas. Lekker bezig! We wandelen door naar het centrum van het dorpje, als we prompt Cap de Mas aan onze rechterhand zien. In de tuin zit een man te roken. Ik spreek hem aan – ik ben nu toch on a roll – en hij roept zijn vrouw. Een vieve, vlotte dame komt naar ons toe. Opnieuw leg ik haar uit wie ik ben en dat ze mij vorig week afgezegd heeft, en dan zegt ze: ‘Ja, u krijgt nog twintig euro van mij!’
Kijk! Was die afgang net en onze zoektocht naar deze mevrouw niet voor niets.
Onze gîte
We dalen verder af door het dorpje l’Espérou en komen uiteindelijk aan bij de gîte van Philippe Jover. De toko oogt volledig gesloten. Ik bel het telefoonnummer van hem dat ik heb. Niemand neemt op. ‘Nee toch,’ zeg ik tegen Pieter, ‘die man is onze komst vergeten.’
Dan horen we lawaai van de bovenverdieping komen. Pieter beklimt de buitentrap en krijgt contact met een dame. Ik sluit me bij hem aan, geef aan dat we een reservering hebben, en dan worden we weer naar beneden gestuurd. Even later horen we ergens een wc doorgetrokken worden en dan komt er een heel grote, dikke, ongezond ogende man naar buiten. Hij stelt zich vriendelijk aan ons voor; dit is Philippe Jover.
‘Bent u onze reservering vergeten?’ vraag ik hem.
‘Nee, niet vergeten, maar mijn vader is gisteravond overleden.’
Jemig! Ik geef hem aan dat het voor ons geen probleem is om te kijken of het hotel waar we net langsliepen plek heeft. Daar wil hij niets van weten. ‘Maar ik kan niet voor jullie koken vanavond,’ zegt hij. ‘Ik moet naar mijn vader.’ Opnieuw geef ik aan dat we het echt niet erg vinden als we niet kunnen blijven, dat we het zouden begrijpen als zijn hoofd er nu even niet naar staat dat we in zijn gîte zitten. Verwoed schudt hij zijn hoofd. ‘Mijn vader was negentig jaar oud en is overleden met een glas wijn in zijn hand. Hij heeft niet geleden, het is allemaal goed. Jullie gaan lekker hier slapen.’
Oké, monsieur Philippe. Dan doen we dat. Geen enkel probleem, wij gaan lekker hier slapen.
En zo eindigde een dag waarover eigenlijk niets te melden viel, toch nog fijn.
Hoogtemeters: 946m omhoog, 212m omlaag
Slapen: Gîte Les Cascades d’Orgon, plek voor veertien man
Kosten: 35 euro per persoon voor een overnachting
PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.
PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

No reacties