Dag 161 Camino Portugues: Pontevedra – Redondela, 19km

0

Pontevedra is niet je-van-het, wat ons betreft. De stad is niet gezellig en het hostel is… nou ja, te duur voor wat je krijgt, in ieder geval. Wel heeft de stad één briljant Italiaans restaurant, en daar eten we gisterenavond. Samen met een heleboel andere pelgrims die misschien ook wel even genoeg hebben van het Spaanse eten en behoefte hebben aan een goede pasta of pizza. Als een stel ongeduldige Harry’s staan we nog voor de boel opengaat al te wachten en om 20.00 uur schuifelen we op volgorde het grote restaurant binnen. De amuse die ons wordt voorgezet is een simpele mini-tostada con tomate, zoals we die bijna dagelijks eten, maar zoals we hem hier krijgen, kregen we hem nergens. Ontzettend lekker. Dit belooft wat!

We nemen een salade vooraf en daarna allebei een pasta. Pieter met vongole (schelpjes) en ik met ansjovis en chili. Ik vreet mijn vingers er bijna bij op! Het is doodzonde dat ik daarna vol zit want de toetjes zien er verrukkelijk uit, maar het past niet meer. Helaas. We zeggen denk ik wel tien keer ‘Dát was lekker!’ tegen elkaar als we de ruime kilometer terug naar het hostel lopen, en dan begint de uitdaging van de nacht. Gelukkig liggen we niet met 36 man in één open ruimte maar vormen gordijnen een soort scheiding tussen clusters van stapelbedden. Hierdoor liggen we eigenlijk met zes man op een ‘kamer’. Voor we naar het restaurant gingen kwamen er twee jonge Deense meisjes in ons deel erbij, en we hebben gezelschap van een dikke Spaanse vent. Die ligt al te snurken als we om 21.30 uur binnenkomen, en dat is meestal geen goed teken.

En dat blijkt. Het is midden in de nacht (ik check mijn telefoon en de klok zegt 3.42 uur!) als die Spaanse kerel besluit zijn lamp aan te doen en uitgebreid met zijn tas in de weer te gaan. In een kwartier tijd maakt hij ons allevier klaarwakker en je zou verwachten dat ie dan vertrekt. Doet ie niet. Ben je gek, hij gaat gewoon weer tukken! Om dezelfde exercitie ruim een uur later nog eens dunnetjes over te doen. Ik heb niet meer in slaap kunnen vallen, dus lig me natuurlijk volledig op te vreten, maar kan niet echt ingrijpen. Dan zou ik eerst in mijn onderbroek van die enge trap af moeten (ik lig boven in het stapelbed) en vervolgens in mijn bar-slechte Spaans moeten zeggen dat ik hier niet van gediend ben. Die onderbroek haalt natuurlijk mijn hele geloofwaardigheid onderuit, met eerst die extreem witte bovenbenen en daarna die extreem bruine onderbenen. Nee, dan gaat mijn reputatie aan gort. Kan niet.

Dus ik verbijt me en probeer de slaap weer te vatten. Zonder succes, natuurlijk. Vanochtend, als we allevier om 7.30 uur naast ons bed staan, is er één persoon in diepe slaap. Juist. Onze dikke snurkende Spanjaard. Zak patat.

Na een ontbijt – waarvoor we opnieuw een kilometer heen en een kilometer terug moeten wandelen, echt dicht bij het centrum staat dit hostel niet – verlaten we als laatsten onze slaapplek. Pontevedra uit worden we direct een grote weg opgejaagd waar we op een smalle berm lopen terwijl de ochtendspits langs ons heen raast. Dit duurt best een tijdje, maar dan loopt de weg naar links en gaan wij rechtdoor op een karrenspoor. We treffen er Ans en Marja, twee wandelvriendinnen uit Grootebroek (NH), die van Porto naar Santiago lopen. We complimenteren hen met hun kleine rugzakken en vertellen dat er in het hostel vanochtend wel 25 koffers stonden te wachten om vervoerd te worden naar de volgende accommodatie. ‘Wittebroekenpelgrims noem ik die’, zegt Marja grijnzend. ‘Daar doen wij nog even niet aan mee.’ We kletsen over de route, over het landschap en over hoe ze het vinden. Marja is een fervent wandelaar en dit is haar zoveelste camino, maar Ans is minder fanatiek en vindt deze twee weken dan ook meer dan genoeg. Ze blijkt zeventig-plus te zijn – zie je absoluut niet – en vindt het geloof ik best pittig allemaal. Vanavond gaan ze voor het eerst in een slaapzaal slapen. Hopelijk hebben zij geen zak patat op hun kamer!

Even op de foto met Ans en Marja

We wandelen na een ‘Buen camino!’ weer verder en zien dan een hippe vent met zonnebril bij een prachtige oude boom staan. Ik herken hem als de man die ons zojuist voorbij liep en hou even in om te zien wat ie aan het doen is. Dan zie ik het opeens; hij is een doedelzak in elkaar aan het zetten! Hij blaast in de luchtkamer en stemt het apparaat, om vervolgens daar, naast die mooie boom, te gaan spelen. Voor de langswandelende pelgrims! Zo bijzonder. Hij heeft niet eens een pet of zo klaar liggen dus geld geven kan niet. Ik steek daarom maar uitgebreid mijn duim op als we doorgaan. Leuk dit.

De doedelzakspeler in het bos

Het is niet de enige die speciaal voor de pelgrims in het bos staat vandaag. We komen in totaal vijf keer een kraampje tegen, met allerlei snuisterijen en pelgrimsparafernalia. Ekster als ik ben zwicht ik al bij het eerste tentje dat we passeren en koop ik een stel oorbelletjes, en bij een standje later koopt Piet een armband. Een banaan en een cola’tje zijn ook snel gekocht, en zo houden we de economie hier in het bos een beetje gaande.

Kopen kopen kopen!

Vandaag is pittiger dan de afgelopen dagen. We moeten twee pukkels over en beide zijn een stuk steiler dan we dachten. Het is dus in de ochtend al ploeteren en klauteren voor pukkeltje nummer één, maar het is vooral ook heel leuk om weer een beetje te moeten werken voor onze centen. Na de pauze, die we genieten in een donker barretje in het dorpje Arcade, is de wind opeens gaan liggen en is het bewolkt maar duwt de zon toch haar stralen door het wolkendek. Het resultaat is een felle hemel waar zelfs een zonnebril niet tegen bestand is, en een drukkende warmte. Perfecte omstandigheden voor ons tweede klimmetje! Hijgend en puffend komen we boven. Pelgrims vanaf de andere kant hebben het echter nog zwaarder – we worden nauwelijks meer begroet, mensen zijn met belangrijker dingen bezig, namelijk deze berg – dus we bereiden ons voor op een flinke afdaling. Die komt er. Redondela binnenkomen betekent vanaf grote hoogte de stad zien liggen, en dan met een aardig percentage naar zeeniveau afdalen via smalle weggetjes langs grote huizen.

Deze parade van jongeren komen we nog tegen in Arcade

Voor je Arcade binnen wandelt, ga je eerst deze oude Romeinse brug over rivier de Verdugo over.

We zijn heel erg benieuwd naar morgen. Dan passeren we in de ochtend al de splitsing tussen de kustroute en de landroute. Het wordt hopelijk rustiger, en we kijken er enorm naar uit om vanaf nu dagen lang de zee aan onze rechterhand te hebben. Sardientjes eten in kleine kustdorpjes. Een kopje thee drinken in een strandbarretje. En dan al gauw ook Portugees praten. Maar eerst straks maar eens een lekker hapje eten in Redondela, en daarna fijn slapen in onze gloednieuwe privékamer. Waar ik vooralsnog geen zak patat heb gespot.

Stijgen en dalen: 500 m omhoog, 512 m omlaag.

Slapen: A Marisma Hostel. Is pas twee weken open, dus alles is gloednieuw. We betalen 68 euro voor een privékamer. Of ze ook slaapzalen hebben, weet ik eigenlijk niet. Dit hostel werd ons aangeraden door een ander hostel dat ik belde en dat vol zat. Vraag vooral een kamer aan de achterkant van het pand, lekker rustig en weg van het verkeer.

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties

Poeplapje

Zonder WC-papier lang op pad gaan blijkt niet handig. Maar soms komt hulp uit onverwachte hoek.