Dag 2 Val di Fassa – de dag van de bange tante

0

Een spectaculair begin van de dag: een helikopter komt enorme keien brengen voor een restaurant dat nabij onze hut Rifugio Des Alpes gebouwd wordt. Stoere bouwvakkers met zonnebrillen op nemen de stenen in ontvangst, waarna de helikopter wegvliegt en binnen twee minuten opnieuw verschijnt. Na drie keer landt hij daadwerkelijk, wordt er even overlegd, en als hij dan weer opstijgt lijkt hij een showtje op te voeren: de helikopter hangt tot onze schrik bijna verticaal in de lucht. Ik slaak een gilletje. Er is niets aan de hand. De kinderen lachen hun bange tante uit. Laten we maar gaan wandelen.

Moet je kijken hoe die helikopter hangt

We wandelen weer terug richting ons lunchtentje van gister, waar Lideke zo misselijk was. Op een gegeven moment, Jelle en Tom lopen voor mij, spot ik een goed fotomoment.

‘Wacht even, jongens,’ roep ik naar hen. ‘Ik wil even een foto nemen.’

Ze blijven stil staan. ‘Zeg maar als we moeten gaan lopen hè?’ zegt Tom als een volleerd model.

‘Ja!’ roep ik. Herjan loopt mij achterop. ‘Wel hand in hand hè?’ roept hij gekscherend naar de jongens. Tot onze verbazing en plezier pakt Tom de hand van zijn neefje en zo lopen ze voor ons over het bergpaadje. Ik schiet mijn plaatje en roep ‘ja!’ ten teken dat ze weer normaal mogen doen. Ze laten elkaars hand niet los. Vertederd kijken mijn broertje en ik hoe de puberjongens hand in hand blijven lopen. We komen dichterbij. Dan hoor ik Jelle mompelen: ‘Ja, zo is het wel genoeg hoor.’ Gelukkig, de wereld is weer zoals hij hoort.

Je ziet het niet zo goed, maar hier lopen die knullen hand in hand. Zo zoet.

De dag verloopt fijn. Het is klimmen en dalen, maar door het spectaculaire landschap hebben we nauwelijks in de gaten dat het zwaar is. Tot we bij een sneeuwhelling komen. Deze was door ECKTIV, de organisatie waar we deze wandeling geboekt hebben, aangekondigd voor dag 3, maar hier is hij dan. Van ons twaalven ben ik de enige eigenwijze die geen bergschoenen aan heeft. Op mijn La Sportiva trailrunning schoentjes begin ik aan de schuine sneeuwhelling. Aan de overkant moedigen enkele kids die de oversteek al gemaakt hebben, me aan. Elke keer als ik mijn voet neerzet, voel ik hem wegglijden. Ik volg Tom op de voet maar de afstand tussen ons wordt steeds groter. Dan zet ik mijn linkervoet neer, voel dat ik glij, en dan is er geen houden meer aan. Ik glij op mijn kont de helling af. In eerste instantie gil ik van schrik; algauw van plezier. Een natuurlijke glijbaan, dit! Beneden aan de helling staat een zenuwachtige Italiaan met zijn armen wijd klaar om me op te vangen. Het blijkt niet nodig; voor ik hem bereik, ben ik al tot stilstand gekomen op mijn kletskliedernatte billen. Gijs helpt me overeind.

‘Er was dus ook gewoon een paadje?’ vraag ik beduusd als ik ontdek dat hij helemaal die sneeuwhelling niet heeft overgestoken. Je kon blijkbaar ook onderlangs, iets wat ik door de stress volledig over het hoofd heb gezien. De kids lachen opnieuw hun tante uit. Laten we maar weer gaan wandelen.

Vlak voor we bij de sneeuwhelling komen, wordt het al wat spannender

En dit is de helling waar ik onderuit ga

Na de lunch, waar ik mijn gehavende onderarm heb kunnen inspecteren en desinfecteren, vervolgen we onze weg langs een breed pad waar het stikt van de mensen. We zitten in Val Gardena, een populair gebied waar mensen met de auto heen kunnen. Groene grasweiden en hoge rotsachtige bergen wisselen elkaar in een dramatisch landschap af. Na ruim drie kwartier na de lunch gaat opeens Lidekes telefoon. Het is Famke, haar dochter, die een stuk achter ons loopt. Die vertelt ons dat Jelle zijn telefoon is kwijtgeraakt en nu terugloopt naar het restaurant waar we geluncht hebben. In zijn eentje. Aan het eind van de middag. Zonder ons iets te laten weten.

Lideke is op zijn zachtst gezegd not amused. Piet biedt meteen aan om Jelle achterna te lopen. ‘Ga je mee?’ vraagt hij mij. Ik voel me fit, ondanks mijn schrijnende arm, en knik. We draaien om, de rest wandelt door naar de hut, en wij gaan op zoek naar Jelle en zijn telefoon. Pas bij het restaurant komt mijn neefje ons tegemoet. Zijn telefoon was door het barpersoneel gevonden. Volgens mij heeft hij veel moed moeten verzamelen om hen ernaar te vragen. We zeggen maar niets over hoe onhandig zijn actie was; dat laat ik over aan zijn moeder.

Met zijn drieën wandelen we onder een dichttrekkende hemel en een steeds rustiger wordend pad naar onze hut. Daar aangekomen moeten we opnieuw die steile helling op, iets wat ik maar ternauwernood red. De val van de sneeuwhelling en de drieëntwintig kilometers die we uiteindelijk blijken te hebben afgelegd, hebben alle wind uit me geslagen. Maar boven aangekomen high fiven we elkaar op de goede afloop van de prachtige dag, en lachen geen van de kids hun tante meer uit.

Nog even een groepsfoto. Hier lacht iedereen nog!

PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.

PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties