Dag 92 Camino de Santiago: Lascabanes – Lauzerte, 25km

0

We sliepen gister weer op een bijzondere plek: de presbytère van Lascabanes. Er woont nog altijd een priester, maar die was net een weekje op vakantie bij familie dus die hebben we niet ontmoet. De presbytère ontvangt sinds 25 jaar pelgrims, en al 25 jaar doet Cécile dat, de dame die gister voor ons zeventienen (!) een viergangenmaaltijd bereidde waar we onze vingers bij aflikten. We aten in de koele kelder maar sliepen boven, en elke keer als de kerkklok luidde, voelden we de trilling in ons bed. Bij het ophangen van de was keek ik uit over de begraafplaats.

De was ophangen met zicht op de graven…

Ontbijt staat klaar vanaf 5.30 uur. Dat lijkt ons een beetje vroeg, maar de rest van de pelgrims in de gîte vindt dat duidelijk niet. Vanaf 5.00 uur is het een gestommel van jewelste. Rond 6.00 uur staan we dan toch maar op, en zijn we zo’n beetje de laatsten die ontbijten. We kletsen wat met Stefan, een Duitser die vanuit München is komen lopen en die in de tuin in zijn tentje sliep vannacht omdat de gîte vol was. Een vrolijke man van 44, die veel problemen heeft gehad en nog wel heeft met zijn achillespees. Hij toont hem: helemaal opgezwollen. Ai ai. “It is okay”, zegt hij vrolijk, “I’ve come this far, I’ll get further.” Aan je mentaliteit zal het niet liggen, Stefan!

We vertrekken om 7.20 uur. Buiten is het knisperfris, bewolkt en vooral: stil! Geen cicades! We horen heel af en toe een vogeltje maar verder is het volledig rustig. Wat een verademing. We zien een ree met haar jonkie ergens in een veld, de zon die af en toe doorkomt maakt lange schaduwen van ons die we maar niet kunnen inhalen. We zijn helemaal in de gloria met dit vroege vertrek, de koelte in de lucht en de stilte.

Al snel passeren we vijf dames die gisteravond bij ons aan de maaltijd zaten. Het blijken vijf vriendinnen te zijn die elkaar kennen van het schoolplein van hun kinderen. Die kinderen zijn inmiddels 33 jaar oud, de dames allemaal rond de 55. Guénolée, de dame met wie ik aan de praat raak, vertelt dat van het groepje van vijf er twee naar het buitenland verhuisden en dat ze elkaar daardoor vijftien jaar niet gezien hebben, maar dat nu iedereen weer in Frankrijk woont. Dit is de eerste keer dat ze zo’n wandelvakantie samen doen. Zij heeft ooit een gebroken knie gehad dus vindt het aardig spannend, één van de andere dames is herstellende van kanker en loopt met steunkousen van enkel tot lies, en een derde is zo ongetraind dat ze vanaf de eerste minuut roept dat ze een lift gaat pakken. Het is gezellig, en voor we het weten zijn we 12 kilometer verder in Montcuq waar we een broodje kopen.

Wandelen met de vijf dames

Daar raken we weer aan de praat met een Braziliaan die perfect Frans spreekt, begonnen is in Genève en grote knieproblemen heeft gehad. Het lijkt of veel mensen erg enthousiast van start gaan – zoals ik dat 13 jaar geleden ook deed 🙂 – en dan door hun lijf worden teruggefloten. We ontmoeten bijna alleen maar mensen met knieproblemen, blaren, rugpijn of een blessure aan de voet. Het is herkenbaar! Dat je denkt: dit gaat lekker!, en dat je dan ofwel teveel kilometers doet, ofwel met een te zware rugzak gaat lopen. Nou ja, het is zoals de Braziliaan zegt: ontdekken wat je wel en niet kunt is ook onderdeel van de Camino, het hoort bij het proces. Het maakt ons des te dankbaarder dat we zo zonder problemen al zover gekomen zijn.

In de loop van de middag, als we net aan de klets zijn geraakt met twee jonge vrienden uit Brussel, breekt de zon door, wordt het alsnog lekker warm en gaan de cicaden weer los. Het landschap is erg mooi: glooiende heuvels met zonnebloemvelden (eindelijk!), wijngaarden en akkerbouw. Bovenop de heuvels bossen, eronder af en toe een gehuchtje en vele schakeringen groen. Dan opeens ontwaren we Lauzerte, het dorpje waar we vannacht slapen, bovenop een heuvel. Het doet me denken aan Vézelay zoals het daar ligt. We klimmen en klimmen en komen dan uit op een schattig pleintje met terrasjes en een kerk. Een hoek van het plein is als kunstwerk omhoog gevouwen, de vloer. Heel cool!

Voor we hier een biertje gaan drinken, checken we in bij onze accommodatie: Chez Serge. We verwachten weer in een gîte te zitten met 37 andere pelgrims, maar niets is minder waar: Serge is een oud mannetje dat in een veel te groot huis woont en daarom maximaal vier pelgrims ontvangt. Zijn huis is gebouwd in de 12e eeuw en hij heeft het vijf jaar geleden verbouwd. Hij is met pensioen, heeft zijn hele leven voor La Poste gewerkt, en heeft geen vrouw of kinderen. Het is een schatje! We krijgen een lekker glaasje limonade en hij laat ons onze kamer zien. Een heerlijk grote privékamer. Straks maar eens even dit prachtige stadje gaan bekijken. En een beetje kletsen met alle pelgrims die we intussen ontmoet hebben. Gezellig!

PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens per week of zo een overzicht van een aantal posts.

PS II We zijn ook te vinden op Polarsteps en Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties