Karin, de dame die we leerden kennen in onze accommodatie in Born, is brandweervrouw. Niet zomaar één: ze is hoofdcommandant. Dat betekent dat ze de ene week kantoorwerk doet en de andere week meegaat op de brandweerwagen. Wekelijks vist ze wel een dronken man uit de gracht, soms knipt ze een verkeersslachtoffer uit zijn auto en af en toe redt ze een kat uit de boom. Maar ze blust vooral veel branden. Kortom: onze Karin is een held.
Gistermiddag zagen we Karin voor het laatst. Haar knie, tot op het bot versleten door een sportcarrière en vooral veel turnen, noopte haar tot het inkorten van de route. Daarbij verbleef zij op een camping buiten Echternach, dus ook in de stad kwamen we haar niet meer tegen. Maar in gedachten was ze vandaag regelmatig bij ons.
Route 2
Vandaag was de eerste dag van route 2. Route 2 in het Mullerthal staat bekend als een zware, maar spectaculaire route. Zwaar vanwege de vele hoogtemeters die je beslecht via vooral traptreden, spectaculair vanwege de vele adembenemende rotsformaties en natuurverschijnselen. Al vroeg in de ochtend worden we getrakteerd op een klim van jewelste, over een smal keienpad naar een uitzichtpunt waar een reus van zou kunnen genieten, zo’n grote bank staat er. Echternach ligt er in de ochtendzon prachtig bij.

Even verderop duiken we het bos in en amper een half uur later komen we aan bij het eerste natuurfenomeen van de dag, de Wollefsschlucht. Deze ongelofelijk hoge rotsspleet, Wolvenkloof genoemd omdat hier in vroeger tijden wolven schuilden, is 200 miljoen jaar geleden door een aardverschuiving ontstaan nadat de rivier de Sauer de onderkant van de heuvel had weggeërodeerd. Bij de Wollefsschlucht loop je weg via een verzameling trappen waar een MC Escher schilderij niets bij is. ‘Dit zou Karin geen grapje vinden,’ vertrouw ik Pieter toe. Ook mijn knieën protesteren licht.


Daarna lopen we verder langs Huel Lee, ‘holle rots’. Eeuwenlang haalde men hier molenstenen uit de rotswand, zodat er grote uithollingen zijn ontstaan in het plafond en de wanden. Een klein roodharig meisje dat de trap ernaartoe beklimt, roept keihard ‘WAUW!’ als ze bovenkomt. Daarna herhaalt ze dat woord minstens zeven keer. Superschattig, maar ze heeft wel gelijk. Als deze grot iets is, dan is het wel wauw.

Zie je de ronde uitsparingen in het plafond?
Het amfitheater Breechkaul
Een hangbrug met de mooie naam Ruetsbësch nodigt uit om te gaan bouncen, waar Pieter en ik graag gehoor aan geven. We bouncen naar de overkant van de Schwarze Ernz en draaien dan de bocht om richting het volgende natuurwonder: het amfitheater Breechkaul. Het verhaal erachter is leuk. Een onderwijzer uit de buurt, Edmond Steyer, wandelde hier jarenlang met zijn klas naartoe. De groeve lag toen tot wel zes meter hoog vol puin. Hij bedacht dat je er een amfitheater van kon maken en kreeg Jean Friedrich van het ministerie van Toerisme mee. Toen de vergunningen en wat geld geregeld waren, werd de plek in zes weken leeggeruimd en omgebouwd. In 1979 ging het open.


Een kleine, uitgehakte grot van zo’n duizend jaar oud dient nu als podium en achtertoneel. De rotswanden eromheen zorgen voor een geweldige akoestiek: ik fluister lieve woordjes tegen Pieter en bovenaan de tribunes verstaat hij me. Het theater werd ingewijd met een Hubertusmis, een mis ter ere van de heilige Hubertus, de beschermheilige van de jagers. Die mis wordt sindsdien elk jaar gehouden, en in de zomer zijn er concerten en voorstellingen. Hoe cool moet het zijn om zoiets hier bij te mogen wonen?!

Hoogtepunt van de dag: Perekop
We zouden bijna voorbij de volgende attractie lopen: de Perekop. Deze gigantische zandsteenrots ligt van de route af, aan de overkant van de weg, maar geroep van twee Belgische meisjes trekt gelukkig mijn aandacht. We beklimmen de immens steile traptreden (als je de ene traptree opklimt, raakt je knie de volgende, ook iets wat Karin minder zou waarderen) tussen twee verticale wanden door, en staan dan bij een soort labyrint van kloven. Blindelings duiken we er een in en volgen elkaar door een schouderbrede spleet. Al gauw wordt de spleet smaller. Pieter kreunt, wurmt en draait en is verdwenen. Ik volg hem, maar kan op een gegeven moment niet verder. ‘Kariiiiiiiin!’ gil ik, maar die is nergens te bekennen. Waar is onze brandweerheld als je haar nodig hebt? Ik hang met mijn benen boven de grond, zit muurvast en gier het uit van de pret. Karin komt me niet redden, maar ook Pieter begint niets. Ik wriemel en zwoeg, en krijg dan gelukkig een voet aan de grond. Met blauwe plekken op mijn heupen en schaafwonden aan mijn ellebogen weet ik mezelf los te krijgen.

Daarna moeten we door een spleet die nog smaller is. Hier passen we niet doorheen, althans niet met de rugzak op. Pieter leidt opnieuw de weg. Hij haalt zijn rugzak van zijn rug, geeft hem aan mij en wringt zichzelf door de scheur. Ik geef hem zijn rugzak aan, dan de mijne, en probeer het ook. Ik heb het zo naar mijn zin, dit is zo grappig!
De W van wauw (of waw 😁)
Hijgend en grinnikend komen we aan het andere einde uit. Waar we zijn is ons een raadsel, waar de route loopt ook. We dwalen wat in het rond, gaan ergens omhoog op traptreden half verscholen onder gevallen beukenbladeren en zien dan weer de vertrouwde M. Wat ons betreft mogen ze die M van Mullerthal wel omdraaien tot de W van waw. We waren het echt vergeten, hoe verbluffend mooi deze trail is.

De adrenaline werkt nog lang door. Blij en uitgelaten golven we op en neer door dit unieke, uitzonderlijke landschap. Als we ergens over moeten zeiken, dan had het wat ons betreft wel wat rustiger mogen zijn: er lopen wel heel veel mensen op het pad vandaag. We kunnen het hen niet kwalijk nemen: als de Mullerthal trail je ergens haar onverholen beauty toont, dan is wel op deze route 2. Zelfs als Karin er niet is om je te redden.


No comments