Het is een dag die gevierd mag worden: vandaag heb ik de laatste woorden van mijn thriller op papier gezet én Pieter en ik zijn tien jaar getrouwd. Als dat geen feestje waard is! Dus we togen de stad in die we nog maar een week of vier de onze mogen noemen en gaan op kroegentocht!
De spelregels:
- In elke kroeg doen we maximaal één drankje en één hapje
- We mogen alleen maar kroegen bezoeken die we niet kennen
Dat is het. We steken ons in ons beste pak, de krullers gaan erin, dikke plak plamuur op mijn smoeltje en hup, op pad. Met de stelten die ik aan heb kan ik nog geen vijftig meter lopen, dus we nemen de fiets. In mijn handtas zit een papiertje waarop ik zeventien cafés heb genoteerd die in aanmerking komen voor dit reusachtige drankgelag. We hebben er zin in!
Bij de eerste stop gaan we al de mist in. We houden ons nog wel aan het ene drankje, maar nemen drie hapjes. ‘We hebben een bodempje nodig’, aldus Pieters – waarschijnlijk zeer verstandige – woorden. Dus bij Paloma, een enorm, prachtig Spaans restaurant in het pand waar voorheen Stairway to Heaven zat, proosten we op mijn kindje dat na anderhalf jaar buffelen hopelijk binnenkort het levenslicht ziet, en op ons tienjarig huwelijk, dat vanaf dag één een geweldig feest is. De tapaatjes laten we ons heerlijk smaken.

We trappen de avond af met een paar tapa’s
Daarna is het door naar een paar honderd meter verderop: Café Willem Slok, aan het smalle Korte Koestraatje. Het is een straatje dat je makkelijk mist en waar ook niets anders zit dan dit café en een Italiaans restaurant. Café Willem Slok heeft een grappig gevoel voor humor, zoals veel van dit soort barretjes, zo ontdekken we in de loop van de avond. Boven een overdekt terras hangt een bordje met ‘Werkvrije rookplek’, dat soort flauwigheden. We drinken er een biertje aan de bar, kletsen wat met de barkeeper en doorrrrrr.

De eerste slok bij Willem Slok
We lopen naar twintig meter verderop, waar twee reusachtige mannen ons bij de ingang van Café ‘t Oude Pierement vriendelijk groeten. Binnen zitten drie eveneens obese mannen aan de bar, druk in gesprek met een doorrookte vrouw met een lederen huid en een witte lok in haar gitzwart geverfde haar. André Hazes schalt uit de luidsprekers. ‘Goedemorgen,’ zeggen twee zeventigers die we passeren op weg naar ons tafeltje. We knikken hen toe en nemen plaats op houten stoeltjes aan een houten tafeltje. Flarden van het gesprek tussen Cruella en haar bewonderaars drijven langs ons tafeltje. Met name de opmerking ‘Ja, mijn man was wel beroemd en berucht hoor’, uitgesproken met een zwaar Utrechts accent en een diepe, ruige stem, doet ons glimlachen. Utreg op zijn best!

Zie je die dame achterin met die lok? Heerlijk. ‘Mijn man was best berucht’, haha
Een klein uur later nemen we onze intrek in een café dat slechts enkele meters verderop ligt, maar lichtjaren verwijderd is van waar we net waren. Café Van Wegen aan de Lange Koestraat is een klassiek etablissement, waar de cliëntèle praat met een hete aardappel in de keel en de kastelein een gesteven wit overhemd draagt met zwarte pantalon. De bierviltjes liggen strak op een rij op de tafeltjes. Een ouderwetse stationsklok aan de muur – ‘moet je kijken hoe mooi die secondewijzer over de wijzerplaat glijdt’ – ik ben echt met een horlogefreak getrouwd – tikt hier langzamer de tijd weg dan elders, boven ons hangen Art Deco lampjes. Het café bestaat al sinds 1883; het lijkt of er sindsdien niets veranderd is. Geen muziek, totale rust. Helaas vertrekken de zeven gasten die er zitten kort na onze aankomst, waardoor de afwezigheid van muziek opeens wel erg opvalt. Je krijgt de neiging te gaan fluisteren, wat niet fijn is in een bar. Na één biertje houden we het voor gezien, geheel volgens de regels!

Stijlvol, maar ons iets té stil (zie je die bierviltjes op een rijtje? Die kastelein heeft OCD, ik zweer het je)
Kort erna schuiven we aan op een barkruk in Café Domkop. Weer totaal iets anders! We krikken de gemiddelde leeftijd met tientallen jaren op. Boven de bar hangen Star Wars ruimteschepen van Lego, op de klapdeur naar de keuken prijkt een geschilderd portret van Jack Nicholson. We moeten hartelijk lachen om een t-shirt dat naast de bar hangt met de tekst ‘Zonder gin wordt het Tonics’. Een jonge achter ons hoort ons geschater en zegt: ‘Het is net als wanneer iemand zegt: wil je een Gin & Tonic, en dat je dan antwoordt met “Daar heb ik wel Gin in”.’ Had ik al gezegd dat het gehalte flauwe humor nogal hoog is in de Utregse barretjes? 


haha!
Ik breng een bezoek aan de WC. Aan de deur hangt een poster, waarop staat dat als je je onveilig voelt, je aan de bar kunt vragen of Alexander vanavond werkt. Codetaal voor ‘help mij.’ Ik ga terug naar mijn kruk en we raken hierover in gesprek met de barkeeper. Op mijn vraag of er wel eens naar Alexander gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik zeg vaak: die is er niet, die mag ook wel eens een avondje vrij.’ Zijn collega, een grietje dat er even bij is komen staan, vult aan: ‘Ik reageer wel eens met ‘Alexander wie?’ We moeten er smakelijk om lachen, maar dan antwoordt hij serieus: ‘Als er echt iets is, hebben wij dat vaak al in de gaten voordat zo’n meisje om Alexander komt vragen, hoor. Zoiets zie je.’
Het grietje hoort van onze missie vanavond en beveelt ons De Bastaard aan. Die staat op ons lijstje; let’s go!
Opnieuw een totaal andere sfeer. Achter vijf mensen op rolschaatsen wandelen we het café binnen, waar Stone Temple Pilots de rauwe, grungy sfeer benadrukken. Het is er druk, maar heerlijk. Echt mijn soort bar. De muziek, de mensen, dit is het soort café waar ik zo graag kwam in mijn studententijd: donker en alternatief. We vallen nu een beetje op qua leeftijd en kleding, maar nog steeds laaf ik me aan de muziek, de afbladderende muren en dito leer op de krukken, het nonchalante laissez-faire. Het café wordt al sinds 1984 gerund door dezelfde eigenaren, volgens Twents principe ‘doe maar gek, dan doe je al gewoon genoeg’. Need I say more? Het is een soort Lowlands verpakt als café. Ik zou hier wel eeuwig willen blijven zitten, op deze barkruk, naast mijn verrukkelijke man en met een barkeeper die al dansend aan het tappen is, maar we zijn nog niet klaar: op naar de Drieharingstraat.

Er lijkt niemand te zijn, maar De Bastaard zit stiekem helemaal vol. Ik blokkeer blijkbaar het zicht op iedereen 🙂

Mijn grote lieverd!
Ook daar, bij Mr. Finch, is een plekje voor ons vrij aan de bar. Het is een café dat vooral door toeristen wordt bevolkt. Beroemd om zijn cocktails, die aan mij niet besteed zijn vanavond. Als ik nu ga mixen, gaat het fout. Gelukkig heeft de barkeeper, een dertiger met een zwierige manier van cocktails maken – die hij overigens vrij zuinig met alcohol vult, vooral veel ijs en sap – ook een biertje in zijn koelkast. Pieter en ik proosten voor de zevende keer vanavond op ons fijne leven en onze liefde. Als we daarna via Café de Potdeksel – ‘vooruit, nog eentje dan’ – naar huis rijden, over de Oudegracht, langs het oude Tivoli, voorbij het Louis Hartlooper Complex en onder het nieuwe Vaartsche Rijn station door, pinken we nog net geen traantje weg maar het scheelt weinig. Onze geweldige kroegentocht maakt één ding vooral heel duidelijk: we gaan Utreg enorm missen!
PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.
PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

Marlies, dat is geinig, ik kwam vroeger tijdens mijn studententijd al bij van Wegen. Ze hadden daar een goed biljart. Uit jouw beschrijving is er verder denk ik niets veranderd. Groet papa