Chemin St. Guilhem: Plagnes – La Canourgue, 25km

0

Marie blijkt een begenadigd kok. We delen de dis met een gezin uit een gîte verderop, die blijkbaar ook onder Maries verantwoordelijkheid valt. Het zijn vader Philipe, moeder Catherine, zoon Damien en tweejarig kleinzoontje Ayden. Ze spreken geen woord over de grens, maar we keuvelen gezellig wat in het Frans terwijl we Maries zelfgemaakte bietensalade eten, gevolgd door huisgemaakte wildzwijnpaté, aligot met huisgemaakte varkensworst, en als toetje huisgemaakte clafoutis. Maries dochters helpen met het opscheppen en het knippen van de aligot. ‘J’adore faire ça,’ zegt de jongste, een prachtig roodharig meisje met donkere ogen en sproeten, als ze een voor een onze borden vol schept. We zitten buiten, kijken over de heuvels en genieten van het eten, het gezelschap en het zacht wordende avondlicht.

Een Marliesje* van formaat

Als ik na het avondeten met Marie de afwas doe, vertel ik haar dat we wel opzien tegen de volgende dag. Zevenentwintig kilometer is geen kattenpis. ‘Oh, maar dat hoeft niet hoor,’ zegt ze, en ze haalt een gelamineerd document van de muur. Erop staat een kaart. Ze wijst me een punt aan waar we volgens de GR6 driehonderd meter zouden moeten stijgen, om even verderop weer driehonderd meter te dalen. ‘Maar als je hierlangs gaat,’ zegt ze, haar vinger langs een dorpje halend, ‘dan bespaar je je die klim. Is drie kilometer korter.’ Daar hoeven we niet over na te denken. Dit Marliesje gaan we doen!

Als ze ons even later het ontbijt in de koelkast laat zien, ontdekken we tot onze blijdschap dat er kaas, gekookte eieren en de overgebleven paté bij staan. Die stiekemerd heeft het gesprek gehoord dat Pieter en ik hadden met Philipe en Damien over dat we zo graag ontbijten met hartige dingen in plaats van met jam, en daar heeft ze meteen iets mee gedaan. Zo lief. Vanochtend laten we een dikke fooi met een briefje achter, om haar te danken voor haar ongelofelijke gastvrijheid en geweldige kookkunsten. Het was hier een feest.

*  Toen ik zestien jaar geleden mijn camino liep (waar ik dit boek over schreef), liet ik me ergens in Frankrijk ontvallen dat ik soms afsneed. Blijkbaar was dat een no-go, want als iemand daarna afgesneden bleek te hebben, had diegene ‘een Marliesje’ gedaan. Einde van mijn goede reputatie! 🙂

De heuvels in de verte zijn als een Japans schilderij

Dalen

Om acht uur lopen Pieter en ik bij Marie de deur uit. Na het gehuchtje Trelans  komen we bij een wei uit waar twee paarden een aai over hun snoet vragen, die we natuurlijk graag geven, waarna we steil omhoog over een stenig pad lopen. Bovenaan deze klim staan we tevreden te dampen. Het is inmiddels 10 uur, we hebben al bijna acht kilometer gelopen en het is ongelofelijk stil om ons heen.

‘Hoeveel pelgrims denk jij dat we vandaag zullen zien?’ vraag ik Pieter.

‘Ik zeg acht,’ zegt hij stellig.

‘Ik zeg veertien.’

‘Wedje klappen?’

‘Voor een biertje.’

‘Deal.’

We dalen rustig. Of het dit gebied is, of het feit dat we niemand tegenkomen, of het totale gebrek aan lawaai, we weten het niet, maar we voelen ons allebei erg kalm. Rustig. Sereen misschien wel. Thuis heb je altijd iets te doen. Administratie, schrijfwerk, schoonmaakklussen of boodschappen. Hier niet. Hier hoef je alleen maar te wandelen. Niets om je druk over te maken, niets wat móet. Geen zorgen, geen gedoe. Misschien is dat het wel, wat ons zo’n ontspannen gevoel geeft.

Stress

Maar dat gevoel duurt niet erg lang. Als we door het dorpje Nogardel wandelen, staan er opeens twee honden voor ons op het asfalt. Ze blaffen. Als we iets dichterbij komen, worden ze ergens door afgeleid en rennen weg, maar helaas zijn ze binnen een minuut terug. Wij hebben intussen onze stokken erbij gepakt, maar in plaats van dat ze daar bang voor zijn, maakt het ze extra agressief. Met ontblote tanden en gekromde rug halen ze al blaffend en grommend telkens naar ons uit. Ik sterf duizend doden, zo eng vind ik het, maar ze vallen ons gelukkig niet aan. We proberen, al wijzend met onze stokken, rustig door te wandelen. Het wandelen lukt, dat rustig stukken minder. Buiten het dorp passeren we nog enkele huizen, waar ook weer twee honden ons lastigvallen als we langslopen. Eén laat mij voorbij gaan maar valt vervolgens uit naar Pieter. Die schreeuwt hard ‘Hé!’, wat de hond doet terugdeinzen. Even later horen we een hond in volle vaart vanaf een oprit onze kant op rennen, maar als we omkijken, kiest hij snel het hazenpad. Echt heftig zijn deze ontmoetingen niet, maar van onze sereniteit is helaas weinig over.

Lozère

Tussen al deze onrust door zijn we de Aubrac uitgelopen. De winderige hoogvlakten met uitgedroogde weides hebben plaatsgemaakt voor compleet beboste bergflanken, steile rotswanden en her en der een dorpje. We zijn in de Lozère beland, het dunstbevolkte departement van Frankrijk. Onder een brandende zon en over gloeiend heet asfalt dat onze voeten doet fikken in onze schoenen, lopen we de laatste kilometers van deze dag stijgend en dalend richting La Canourgue. Dit stadje wordt ook wel ‘het kleine Venetië van de Lozère’ genoemd vanwege de vele waterstroompjes die door het oude centrum lopen en de bijbehorende bruggetjes. We gaan het straks allemaal ontdekken; het stadje straks en deze streek de komende dagen. Maar we trappen af met een biertje. Betaald door mij, want de weddenschap heb ik verloren. Hoeveel pelgrims we vandaag hebben gezien? Nul. Komma. Nul. Geen een. Niemand. Als je daar toch niet sereen van wordt…

Nog nooit hebben we een bronnetje zo verwelkomd als deze. IJskoud water om onze pet in te dompelen. Lekker! (ook al lijkt het of ik plas)

Het landschap is helemaal anders. Overal bos om ons heen.

Hoogtemeters: 327m omhoog, 990m omlaag

Slapen: Hotel Restaurant du Commerce in La Canourgue

Kosten: 67,50 euro per persoon voor halfpension

PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.

PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

About author

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No comments

Menorca

Het duurt nog even, maar binnenkort gaan we daar voor WAW-travel een meerdaagse hike maken