Hoe heter hoe beter. Dat is een motto dat je vaak hoort in huize Hofland: wij deinzen niet terug van tropische temperaturen. Bij hitte wandelen wij net zo graag als bij koude. Als we ons bufje en onze pet maar ergens nat kunnen maken en er zit voldoende water in onze waterzak, dan zijn wij het mannetje. Midzomer een tocht maken door Zuid-Frankrijk? Boeit ons niets.
Bij hardlopen echter gaat deze vlieger – voor mij althans – absoluut niet op. Zodra de thermometer achttien graden aantikt, is buiten rennen voor mij al geen optie meer. Ik krijg hartkloppingen en heb constant het idee dat ik van mijn graatje ga. Mijn hoofd voelt alsof het gaat exploderen en waar ik al een vrij intolerante hardloper ben – de omstandigheden moeten kloppen, mensen! – wordt dat bij warmte exponentieel erger. Ik sis verwensingen naar scheefliggende stoeptegels en ben geneigd mijn armen in wanhoop ten hemel te strekken bij een op rood springend stoplicht.
Oplossing? De loopband
Nu is daar iets op gevonden, en we noemen het de hardloopband. Een geschenk uit de hemel voor als de zon hoog aan de hemel staat en de temperatuur me inhuizig houdt. In de loop van de jaren heb ik aardig wat ervaring opgedaan met die dingen. Ik weet wat ik fijn vind, en wat niet. In Spanje staat er een loopband in de sportschool die ik het summum vind: als je daarop staat, kijk je de zaal in. Al rennend neem ik dus de spierballen, strakke buiken en buttlift leggings in me op. Soms tuimel ik half van de band van het aangezicht, maar meestal is het een gezonde reminder waarom ik dit ook alweer doe; menig lijf in onze Spaanse sportschool is het benijden waard.
Zo anders is het met de loopband in onze sportschool hier in Lent. Deze staat met de rug naar de zaal toe. Als je rent, zie je jezelf in een smalle, verticale spiegel. Eén been zichtbaar, het andere niet. Alleen daar raak ik al van uit mijn balans. De saaiheid ervan is ongeëvenaard; voor mij een reden om het abonnement op die sportschool op te geven. Als de loopband onprettig is, hoeft het voor mij niet.
Beter dan de loopband in Boston had ik het nog niet meegemaakt. Het uitzicht was heerlijk – al wel een beetje saai, meer dan de man en de meeuw heb ik er niet meegemaakt – en ruim, er waren programmaatjes en verschillende oefeningen die je kon aanvinken, je kon TV kijken tijdens het rennen, Youtube video’s bekijken, intervaltrainingen doen. Ik vond het allemaal even leuk. Dit was de band voor mij.
Aanschaffen voor thuis?
Doordat het nu al ruime tijd behoorlijk warm is, denk ik bijna dagelijks na over de aanschaf van een hardloopband. Hoe lekker zou het zijn, zo’n Bostons apparaat voor ons raam, uitkijkend over het meer, gluren naar badderende mensen en spelende kinderen terwijl ik de benen uit mijn lijf ren?
Maar direct erachteraan komen de bezwaren. Hij komt niet in de woonkamer te staan natuurlijk, dat vind ik suf, dus dan gaat hij naar de benedenverdieping en daar heb ik geen uitzicht. Hij zal niet groot, log en breed worden zoals in de sportschool, want dat is te zwaar en dan krijgen we hem niet zonder ongelukken van de trap af, en wat moet ik met een smal, klein loopbandje waar ik vanaf kukel als ik even niet helemaal in een rechte lijn loop?
Zoals je hoort, komt die loopband er niet. Want intussen heb ik ontdekt hoe heerlijk het water is waaraan we wonen, en neem ik gewoon lekker elke dag een duik. Dat hardlopen, dat komt in de winter wel weer. Gewoon buiten, met een iel zonnetje op mijn bol. Dat kan ik wel aan. Als die stoeptegels maar recht liggen.

Lekker poedelen in ons meer. Verrukkelijk!



Een duik in de Lentse Plas

No reacties