Time to momo: Boston

0

Het is alweer een tijdje geleden: onze vakantie naar Boston. We gingen erheen omdat Pieters broer Rudolf er woont met zijn kinderen Cameron en Chloe. We zien Ruud maar heel weinig, té weinig, en aangezien hij niet naar Nederland durft te komen omdat hij bang is dat die enge man hem niet meer terug Amerika in laat komen, gingen wij die kant op. Geen straf!

Nu is bijna drie weken in een stad verblijven, in één en hetzelfde hotel, niet een vakantie zoals wij die normaal gesproken zouden plannen. Maar Tineke, de moeder van Pieter en Rudolf, bracht op deze manier altijd haar vakanties door met haar man Joop. Voor haar was het een trip down memory lane en wij vergezelden haar maar al te graag op die trip.

Bijzonder aan Boston

Als ik Boston zou moeten samenvatten in een paar kernwoorden, dan komen sport, studenten en stilte in me op. Over het woord stilte zul je misschien je wenkbrauwen optrekken: hoe kan een stad met 675.000 inwoners stil zijn? Het viel me simpelweg op: auto’s die stilstaan voor stoplichten schakelen automatisch uit dus je hoort geen geronk van motoren. De stad is voor Amerikaanse begrippen bijster compact, zodat veel mensen wandelen naar hun bestemming. Alles is ruim opgezet, er wordt veel aandacht besteed aan parken, bloemenperkjes en -borders, wat het geheel een rustig gevoel geeft. Ik merkte elke keer als ik de straat op ging, dat me een soort kalmte overviel die ik zelden ervaar bij een stad. Kudo’s voor Boston!

Sport is natuurlijk een no-brainer: het oudste stadion van het land, het Fenway Stadium, staat in Boston. Het is de thuisbasis van het honkbalteam Boston Red Sox. Wij gingen er op Moederdag heen; nadat we eerst met Tineke een verrukkelijke high tea hadden genoten in het hotel, volgden we de massa naar het stadion. Helaas gooide de regen roet in het eten, maar we gunden onszelf geen tijd om te treuren: een leuk café met goede cocktails was snel gevonden.

Studenten geven de stad een heel jonge look and feel. Bij een gemiddelde blik op straat waren wij de oudsten die er rondliepen. Nu waren we er ook in de examentijd, dus waar we ook keken zagen we meisjes in het wit die fotoshoots deden in het park, jongens die in jacquet over straat fietsten en rond de universiteitsgebouwen allerlei caps and gowns, de traditionele toga en hoed die bij afstudeerceremonies worden gedragen. Als je nagaat dat Boston grote universiteiten als MIT, Cambridge, Harvard, Northeastern, UMass huist, evenals beroemde conservatoria als Berkley en New England Conservatory, dan begrijp je wat een heerlijke jonge, bruisende energie er hangt.

Wat is er te doen in Boston?

Ik hou niet zo van lijstjes, dus die ga ik ook niet geven. Daarbij: zo actief zijn we nou ook weer niet geweest. Maar wat ik de moeite waard vond, deel ik graag met je. Mocht je ooit die kant op gaan, dan heb je alvast wat suggesties. Doe ermee wat je wil 🙂

1. Museum of Illusions

Dit vond ik persoonlijk een heel geinig museum. Je schijnt dit museum in meerdere steden te kunnen treffen, maar wij bezochten hem dus in Boston. Het concept draait om optische illusies, hersenkrakers, hologrammen en kamers die je zintuigen volledig op hun kop zetten. Overal aanzitten, alles uitproberen en vooral heel hard lachen is wat wij deden.

Ik lijk supersterk!

2. Museum of Fine Arts

Dit is wat ze noemen een kunsttempel: ze hebben er álles. Van oude Egyptische kunst tot hypermoderne Amerikaanse kunst en alles wat er tussenin zit. Hun collectie is maar liefst 450.000 stuks groot en beslaat naast zalen vol schilderijen van Impressionisten ook een indrukwekkende deel Vlaamse en Nederlandse schilders. Ik raak snel overvoerd in musea en hou het gemiddeld maar drie kwartier vol voor ik naar buiten wil, maar in dit museum hebben we zeker 2.5 uur met open mond rondgelopen. Het is er prachtig!

3. The public gardens

Klinkt saai, was het niet. Een klein parkje in het centrum van de stad, dat toen wij er waren (mei) vol stond met bloeiende tulpen. In het meertje in het park varen waterfietsen in de vorm van een zwaan rond. Eekhoorntjes dartelen over de grasvelden en overal zitten mensen te picknicken, een boek te lezen of Tai Chi te doen. Zo’n fijne sfeer.

De fotograaf aan het werk

4. Salem

Dit dorpje net buiten Boston is bekend door de heksenvervolging die er plaatsvond in 1692. In dat jaar raakte de puriteinse bevolking in de ban van een extreme angst voor de duivel en hekserij na vreemd gedrag van enkele jonge meisjes. Het leidde tot de vervolging van velen en de dood van 24 onschuldige mannen en vrouwen. Er is een museum over deze zwarte bladzijde uit de Amerikaanse geschiedenis, maar ze hebben het ook omgedacht: rondom de heksenvervolgingen is een hele cultuur ontstaan die toeristen trekt. Zo vind je er allerlei winkeltjes in Halloween-sfeer met toverstafjes, kruiden, drankjes en andere heksen-gerelateerde parafernalia, Frankenstein’s house, The Satanic Temple en The Witchery. Ook tref je er het Peabody Essex Museum, dat in 1799 werd opgericht en je alles vertelt over de kunst en cultuur van Salem en omstreken.

5. Boston Public Library

Een bibliotheek als toeristische trekpleister? Yep mensen, een bieb als deze wel. Toen het in 1848 werd opgericht, was deze bibliotheek de eerste gratis openbare bieb van de wereld die door de overheid werd gefinancierd. Ook was het de eerste bieb in Amerika die gewone burgers toestond boeken mee naar huis te nemen. Het bestaat uit twee delen: het Mc Kim gebouw dateert uit 1895 en is het historische hart, ontworpen in prachtige Italiaanse renaissance stijl. Denk marmeren trappen, beelden van leeuwen en imposante muurschilderingen. Het Boylston gebouw is van 1972 en in 2016 gerenoveerd. Hier staan de hightech faciliteiten en drink je een kop koffie in het gezellige café.

Toen wij er waren was het er bomvol, en tegelijkertijd muisstil. In de grote Bates hall, zo’n leeszaal die je vaak op tv ziet waar de lange eikenhouten tafels verlicht worden met tientallen typische groene bankierslampjes, zaten misschien wel honderd studenten, maar je kon er een speld horen vallen. Het rook er naar boenwas en oude boeken en ik wilde er wel wonen zo fijn vond ik het er. Je moet, als je er ooit komt, ook vooral veel naar boven kijken. De gewelfde plafonds, de hoge ramen, de schilderingen, de kunst. De boekencollectie is fenomenaal: je vindt er originele manuscripten van William Shakespeare en de persoonlijke boekencollectie van Amerika’s tweede president, John Adams.

Bates Hall met al die mooie lampjes

5. Ons absolute hoogtepunt: Arnold’s Arboretum

Arnold’s Arboretum is de oudste openbare bomentuin van Amerika. Het ligt in de groene wijk Jamaica Plain (waar we in een meer een otter zagen zwemmen, midden tussen de wolkenkrabbers!) en is met zijn 281 hectare een reusachtig park, dat naast een oase van rust ook een toonaangevend wetenschappelijk onderzoekscentrum herbergt. Ontstaan vanuit een geweldige samenwerking: de stad is eigenaar van het land en verpacht het gedurende 1000 (!) jaar aan de Harvard University voor het symbolische bedrag van 1 dollar per jaar. Harvard onderhoudt het landschap en verricht onderzoek, de stad onderhoudt de infrastructuur. Het park is ontworpen door Frederick Law Olmstedt, dezelfde man die ook Central Park in New York heeft ontworpen, en vormt een van de belangrijkste ‘juwelen’ in Bostons Emerald Necklace, een zeven mijl lange keten van aan elkaar verbonden parken in de stad. Het fungeert als levend museum. En zo voelde het ook.

Met recht een juweel uit de Emerald Necklace

Wij waren er twee keer: de eerste keer op Moederdag, toen alle seringen in bloei stonden. Het wordt Lilac Day genoemd en heel Boston loopt dan uit naar het park om er te picknicken en op de foto te gaan met lilacs, seringen dus. Spectaculair, maar ook spectaculair druk. De keer erna gingen we gewoon op een ordinaire dinsdagochtend en ervoeren we het park in al zijn glorie: de Japanse tuin, de Chinese tuin, de Bonzai verzameling (achter een alarm dat getriggerd werd als je met je hand richting het boompje ging: niet aanraken!), het Berkenbos, de Eikeltjeszoektocht, het seringenpark, het moeras. Vooral bij die laatste was ik niet weg te slaan. Niet zozeer vanwege wat ik zag, als wel wat ik hoorde. Moet je zien welke vogels daar allemaal te horen waren:

.

Niet dat de treurduif nou zo exotisch is, maar de rest van de vogels: ongelofelijk! Een Baltimoretroepiaal, ik bedoel: ik moest er een studie op loslaten om te bepalen hoe ik alleen al de naam uitsprak! Echt geweldig.

Nu weet je wat indruk op ons maakte. Ik hoop dat we er gauw weer komen, want we hebben niet eens tijd gehad voor de Freedom Trails, het Cheers café of the North End, de wijk die door zijn vele Italiaanse restaurants Little Italy wordt genoemd. Nog zoveel te zien, nog zoveel te doen! Tot de volgende, Boston!

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties