Huttentocht in Les Ecrins: van Pic du Mas naar Lac du Goléon

0

We hebben al eerder moeten concluderen dat als het me aan iets ontbreekt, dan is dat lef. Ik ben een bange schijterd in de bergen. Het is me al snel te steil, te stenig, te gruizig, te instabiel, te alles. Vandaag staat er in de app een uitroeptekentje dat gevaar aanduidt, en daarmee zitten natuurlijk vanaf moment nul de zenuwen in mijn keel. Het is pas na enkele kilometers dat we dit smalle pad over een steenhelling zullen tegenkomen, maar dat maakt blijkbaar niets uit want bij het ontbijt heb ik al lange tanden. Of dit vroeger ook al zo was, weet ik niet, maar met de jaren gaat alles hangen behalve je tandvlees en verdwijnt lef als sneeuw voor de zon. In ieder geval bij mij.

We beginnen met een groepsfoto bij Pic du Mas

Er staat een pittige dag op ons te wachten: 16 km, 950 meter omhoog, 450 meter omlaag. We zouden een heftiger variant kunnen nemen via de top van Signal de la Grave, 2446 meter hoog. Tom, die gister zat te knikkebollen bij het diner, wil nu opeens graag diep gaan (of in dit geval vooral hoog), maar de rest voelt daar niet veel voor. Het wordt sowieso zwaar, en we hebben allemaal al wat pijntjes van de eerste dag. Daarbij hebben we bijna allemaal slecht geslapen. Het haar piekt, de oogjes zijn dik, de wallen hangen. Laten we maar gewoon gaan.

Een gierenfestijn

We vertrekken relaxed. Het is vrij plat, we volgen de beekstroom van de Gä vallei en we zijn uitgelaten. We zingen nog net niet, maar dat had zomaar gekund. Nadat we onszelf trakteren op een cola’tje bij de épicerie, begint de klim. Iedereen valt stil, inclusief Lotte. Katrien weet dat zodra Lotte ophoudt met kletsen, dat betekent dat ze lijdt. Het blijkt dat ze een tijd geleden haar knie heeft verdraaid op de trampoline en dat ze vanochtend een misstap heeft gedaan, waardoor die knie weer opspeelt. Herjan heeft last van een zenuw in zijn bil die irriteert, Max heeft last van zijn heup, Katrien loopt met lange broek omdat ze gister haar knieholten fiks heeft verbrand, en zo trekt de ziekenboeg de berg over.

Vlak voor de puinhelling die met een uitroeptekentje in onze app staat aangekondigd, worden we ingehaald door een mountainbiker. Dan kan het niet zo eng zijn, denk ik nog. Fout! Zodra we aankomen bij de glijdende, platte stenen die tegen de bergflank aan het scheefliggende pad vormen, gieren niet alleen de zenuwen door mijn keel maar de wind ook rond onze lijven. De pet gaat van het hoofd naar de hand, de stokken worden verlengd, de blik gaat op concentratiemodus en de knieën gaan op trilstand. Mijn god. Hoe is die fietser hier ooit overheen gereden?! Voetje voor voetje schuifel ik over dit naar mijn mening veel te lange paadje, dat zo smal is dat je er maar met één voet op kunt staan. Achter mij hoor ik Herjan tegen Lotte zeggen: gewoon doorlopen, meis, gewoon doorlopen. Als zelfs Lotte het eng vindt, zegt dat wel wat.

Van dat enge deel hebben we natuurlijk geen foto’s, maar dit is het pad erna. Minder eng, nog wel smal…

Dan opeens zien we een gier. We gaan stilstaan (doorlopen terwijl je om je heen kijkt zal direct worden bestraft) en bekijken de lucht. Groot is onze verbazing als we van heinde en verre tientallen gieren naar ons toe zien vliegen. Ze dalen af als parachutisten: poten gestrekt, vleugels gekromd, en dan loodrecht omlaag. Sommige landen niet maar maken een doorstart, andere komen wel degelijk onder ons op de helling terecht, precies achter een struikje. We zien het karkas niet liggen dat hen blijkbaar lokt. We wachten en kijken, en zijn verrukt over wat zich onder ons afspeelt. Eerst vijf, dan tien, dan twintig gieren die vechten om een portie van het lekkers. Het geluid dat ze maken is angstaanjagend, spookachtig. Vleugels klapperen, snavels rukken. Het is één groot gierenfestijn. Fantastisch.

Klimmen naar de hemel

We dalen steil en zigzaggend over een smal paadje af naar het dorpje Les Hierres. Zodra we het verlaten, weten we: de klim komt nu. We hebben zicht op een kloof met in de diepte de rivier Maurian en aan weerszijden een heftige puinhelling. Ik haal diep adem en start de klim, met Lotte in mijn kielzog. Vorig jaar hadden we ook zo’n klim in Italië en toen volgde ze precies mijn voetstappen. Het ging langzaam maar gestaag. Zo ook nu. Het grote verschil met toen, is dat ik het pad nu eng vind, en toen helemaal niet. Mijn voetstappen neemt ze over, maar mijn angst ook. Ik ga haar voor en probeer rustig te blijven, maar aan hoe ik haar instrueer zodra ik voorbij een angstige plek ben, merkt ze natuurlijk mijn nervositeit. Die slaat op haar over. Totaal niet de bedoeling natuurlijk, want Lotte is van nature een onbekommerd berggeitje.

‘Zijn we er al bijna?’ vraagt ze op een gegeven moment. Ik haal mijn schouders op. ‘Ik weet het echt niet, Lot.’

Hier is het klimmen nog goed te doen. En kijk eens naar dat landschap!

Een vriendelijke Fransman wacht tot we voorbij stiefelen. ‘Nog even doorzetten,’ zegt hij, alsof hij ons gehoord heeft, ‘je bent er bijna. Zodra je daar de bocht omgaat, ligt het er. Ze hebben er heerlijke taart.’ Muziek in mijn oren! Ik vertaal het naar Lotte toe en ook op haar gezicht is de opluchting te lezen. De man heeft niet gelogen. We prikken de stokken stevig in het gruis, trainen nog even onze bilspieren en komen dan aan bij Refuge Lac du Goléon. Tom, Max en Pieter zitten al op het terras met vermoeide maar tevreden smoeltjes.

Het prachtige Lac du Goléon, vlak voordat het begint te regenen

In onze kamer, bijkomen van de enerverende dag

Douchen in de waterval

Als Agnes samen met Stef boven komt, staat haar – net als mij – het huilen nader dan het lachen, maar een welverdiend biertje – en even je gezicht en handen wassen – doet wonderen. Dat er geen douche is wisten we al; dat we ook niet in het meer mogen zwemmen is een beetje een tegenvaller. Toch gaan de jongens op onderzoek uit. ‘Behind the lake’ was hen een poedelplaats beloofd en wat schetst onze verbazing: er is een waterval met grote boulders erin. Perfect om even te wassen. Al gillend en gekke bekken trekkend gieten ze handjes ijskoud water over zich heen. Katrien en ik kijken bewonderend toe. Dat we morgen dat doodenge pad ook weer terug moeten, probeer ik te negeren. Ik geniet van mijn lieve familie om me heen, ben trots dat we hier aangekomen zijn met zijn allen, en laat het daar voor nu gewoon maar even bij. Morgen weer een dag!

Lekker poedelen in het kolkende, ijskoude gletsjerwater

PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.

PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

About author

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No comments