Chemin St. Guilhem: St. Chely d’Aubrac – Plagnes, 24km

0

De vrouw van de gîte in St. Chely d’Aubrac heeft iets vreemds. Ze is niet echt onvriendelijk, maar vriendelijk is ze ook niet. Ze lijkt alles op de automatische piloot te doen. Ze draait haar verhaaltje af, snel en met de stem van een robot, en als je haar iets vraagt kijkt ze je aan met zo’n blik van: hoe haal je het in je hoofd mij iets te vragen? Pieter en ik concluderen dat ze dit werk misschien al iets te lang doet en laten haar verder maar met rust.

Vanochtend echter lijkt er een andere vrouw uit bed te zijn opgestaan. Ze is luid, kletst met jan en alleman en maakt grapjes. Vooral Marechal moet het ontgelden. Marechal is de enige van alle 25 pelgrims met wie we gister bij deze dame verbleven van wie ik vermoed dat hij ook de Chemin St. Guilhem loopt. Ik hoorde hem er gisteravond in ieder geval over vertellen tegen andere pelgrims aan tafel. Onze gastvrouw noemt zijn naam telkens heel hard en langzaam, alsof ze met hem spot. Ik twijfel of ze hem nou voor lul loopt te zetten, of dat ze met hem flirt. Marechal zelf blijft er onbewogen onder. Het boeit hem duidelijk niets. Hij denkt vast: ik ga zo een prachtige wandeling maken, wat maakt mij deze dame uit.

Klimmen, klimmen, klimmen

En gelijk heeft ie, want een prachtige wandeling, dat is het. In St. Chely gaan we eerst door het dorpje naar beneden, tot we de 16e eeuwse ‘Pont des Pélèrins’ over de Boralde rivier overgaan. Van de vorig keer weet ik nog, dat het daarna direct klimmen is. St. Chely ligt, net als Conques en Cahors, in een dal. Ernaartoe is dalen, ervandaan is omhoog. Pelgrims op de GR65 stijgen via haarspeldbochten, en al bij de tweede haarspeldbocht splitst de weg. Zij gaan naar rechts, wij gaan in de bocht rechtdoor, de GR6 op. Al heel snel gaat het op een smal bospaadje tussen stenige muurtjes door steil de lucht in. Het is stil in het bos. We horen niets anders dan her en der een krekeltje, af en toe in de verte een auto, en onze eigen ademhaling.

Omhoog door de bossen langs bemoste muurtjes

Des ampoules

Op een gegeven moment, als we bijna acht kilometer non-stop hebben gestegen, zien we ergens bij een kruispunt in het bos een stel. Hij staat, zij zit. Om haar grote teen de overbekende blauwe blarentape, die ik ook in mijn rugzak heb.

‘Tout bien?’ vraag ik.

‘Ampoules!’ zegt de vrouw vrolijk vanaf de steen waar ze op zit. Ze kijkt ons lachend aan, in haar wangen kuiltjes, rimpeltjes langs haar neus. We staan even stil en bekijken haar deskundig ingepakte teen. Ik wil iets zeggen als: tja, dat is toch wel een beetje part of the deal als je de camino loopt, dus begin mijn zin. ‘Ah oui, c’est part de la…’ Wat is deal in het Frans? En klopt part wel, of zou ik partie moeten zeggen? Nog voor ik verder kan gaan zegt de vrolijk vrouw: ‘la marche!’ en begint te lachen.

Ik lach met haar mee. ‘Oui! Sans ampoules c’est pas…’ Weer blijf ik hangen. ‘Drôle!’ roept ze blij. Deze vrouw kan gedachten lezen! Ze vult elke keer mijn zin precies zo aan zoals ik bedoel.

We wensen elkaar een bon chemin en wandelen blij verder, hopend dat we deze mensen later nog eens treffen.

Boem!

Dat blaren er een beetje bijhoren op de camino, is natuurlijk een gegeven. Maar geldt dat ook voor een valpartij? Pieter en ik wandelen in een beukenbos waar we een vrij breed oud Romeins pad volgen, de Via Agrippa. Het wandelen gaat best makkelijk – al stijgen we nog steeds – maar een beukenbos is toch altijd een beetje saai. Er is geen vogeltje te horen!

De Chemin St. Guilhem heeft zijn eigen symbool!

Pieter blijft op een gegeven moment met zijn rechtervoet ergens achter hangen. Hij trekt zijn been op maar iets houdt hem tegen en voor ik het weet, zie ik hem zo naar voren schieten, een halve draai maken en op zijn zij landen. ‘Mijn knie,’ roept hij. Ik bied hem een arm aan maar hij wil zelf overeind komen. Direct wandelt hij door, maar dat lijkt me niet handig. Eerst even de schade inspecteren. Die blijkt gelukkig mee te vallen. Een schaafwond op zijn knie, wat vuil op zijn broek en rugzak, maar verder is alles heel. Gelukkig! Wel zit de schrik er in en voelt hij zich enkele uren later erg moe. De adrenaline die uitgewerkt is?

De Aubrac in al zijn glorie

Na twaalf kilometer wandelen we eindelijk dat beukenbos uit en strekt de Aubrac zich in alle glorie voor ons uit. Zacht glooiende heuvels, honderden krekeltjes die tegen onze benen aan springen, plukjes dennenbos her en der tegen de heuvels aan, en kilometers ver uitzicht. Kleur wordt aan het pad gegeven door gele brem, roze dopheide en blauwe bes-struikjes.

Ik stap bijna op een kikker

Als we een uurtje later het hoogste punt van de dag bereikt hebben, 1396 meter, bezien we de omgeving vanaf grote hoogte. Het is jammer dat het heel heiïg is, waardoor we de heuvels in de verte door een soort rookgordijn zien, maar de wouwen die op ooghoogte voor ons cirkelen maken dat volledig goed. Het is hier adembenemend mooi.

Al is het heiïg, het is hier zo mooi

Anderhalve kilometer voor we er zijn, wijst een bordje een veld in. Ik weet dat we nu een keuze hebben. Die had Marie, de uitbater van de gîte waar we vanavond slapen, me al gemaild. Ofwel we gaan nu dit veld in, waar geen pad loopt, en proberen op ons gevoel de weg naar beneden te vinden. Ofwel we gaan anderhalve kilometer verder over de GR6 en nemen dan een asfaltweg richting haar huis. Ik opteer natuurlijk voor het laatste, schijtluis als ik ben. Maar Pieter heeft een ander idee.

Avontuur!

We klimmen over een ingenieus trappetje en belanden in het veld. Het gaat direct naar beneden, maar na een paar honderd meter verandert de hoek en zakken we echt bijna verticaal omlaag. Pieter leidt de weg, ik volg braaf. Van een aardig overzichtelijk gebeuren belanden we tussen steekstruiken en prikplanten. We zakken steen voor steen af, tot we – ongelofelijk maar waar – weer bij zo’n ingenieus trappetje belanden. Die was van verre helemaal niet te zien; Piet heeft goed gegokt. Hij beweert dat het zijn ‘homing pigeon’ skills zijn maar dat betwijfel ik. Ik hou het op puur geluk.

Over het trappetje

Daarna is het nog anderhalve kilometer over de weg. Tegen de tijd dat we bij de gîte aankomen in een gehuchtje met twee huizen en een boerderij, Plagnes genaamd, zijn we uitgewrongen. Groot is dan ook ons geluk als Marie ons vertelt dat we de enige gasten zijn vanavond. We hebben veertien bedden om uit te kiezen! Vanzelfsprekend kiezen we voor het enige tweepersoonsbed dat er staat. Even later zoemt de wasmachine en genieten we schoon gewassen van het uitzicht vanuit de tuin. Die leuke blarenvrouw en haar man hebben we niet meer gezien, maar ach. Ook dat hoort er een beetje bij op de camino.

Hoogtemeters: 764m omhoog, 360m omlaag

Slapen: in Plagnes bij La Maison de Coquette

Kosten: 60 euro per persoon voor halfpension én picknick voor morgen

PS Vind je het leuk om onze nieuwsbrief te ontvangen? Laat maar weten, dan sturen we je eens in de zoveel tijd een overzicht van een aantal posts.

PS II We zijn ook te vinden op Instagram, mocht je geen genoeg van ons krijgen.

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties