Dag 142 Camino de Santiago: Oviedo – Grado, 27km

0

Vandaag is de eerste dag van de Camino Primitivo. De oudste camino in Spanje, in de 9e eeuw al gelopen door koning Alfonso II, die vanuit Oviedo via dit pad naar Santiago de Compostela liep. Later werd de Camino Francés meer de standaard route naar Santiago, maar eeuwenlang was de Camino Primitivo de route die pelgrims namen. Het is ook de zwaarste camino, zo hebben we ons laten vertellen, met veel hoogtemeters en een wat grotere verspreiding van accommodaties en mogelijkheden tot boodschappen doen. Maar omdat het naar het schijnt vooral ook de móóiste camino is die je kunt doen, hebben we ervoor gekozen de Camino del Norte los te laten en deze doorsteekroute naar de Camino Francés te nemen.

Je zou denken dat we dus stuiterend van opwinding de ochtend starten, maar niets is minder waar; slap als vaatdoeken staan we naast ons bed vanochtend. Tijdens het ontbijt wordt het me zelfs zwart voor de ogen en moet ik even gaan liggen, maar na tien minuten denk ik: volgens mij hebben we gewoon frisse lucht nodig. Met fiks wat wilskracht pakken we onze tassen in, ruimen we het appartement een beetje op en om 8.10 uur staan we buiten. Het blijkt een bijzonder goed idee. Via de binnenstad en een mooi park verlaten we Oviedo. De zon schijnt maar het is fris. We draaien al snel een holle weg in die omzoomd wordt door bramenstruiken en hazelnootbomen, en met een lange schaduw voor ons uitgeworpen kijken we over een dal waar een dikke laag mist in hangt. Stenige bergen en bosrijke heuvels omringen ons en het is prachtig. Dana, die hier gister liep, stuurt een appje: ‘I challenge you to find this mushroom in the second forest’, met een foto erbij van een prachtige verzameling elfenbankjes. Ha! Een opdracht! Dat is gezellig!

Een beetje gekke foto met dat bord, maar zo verlaten we Oviedo. Achter zie je de bergen en de mist. Mooi!

Het eerste bos wandelen we in en uit en dan stijgen we flink over een rustig asfaltweggetje. Als we het tweede bos ingaan, komen we uit op een prachtig zandpad dat ons langs een bergflank naar beneden richting een stroompje leidt. De foto van Dana zag eruit alsof we over een boomstam heen moeten stappen, maar als ik dan in een bocht een heel oude, indrukwekkende dode boom zie, glijdt mijn blik langs de stam omhoog en ontdek ik schuin boven mijn hoofd die boomstam van haar foto! Het is gewoon een tak van deze dode boom! Ik maak een foto en een selfie en stuur die naar haar op. Gevonden! Ze reageert direct en is helemaal trots dat het me dit keer wél gelukt is om de mushrooms te vinden 🙂

Het bos waar ik moet uitkijken naar Dana’s mushroom

We groeten de vele pelgrims die ons inhalen. Elke keer als we een grote stad verlaten zijn we weer verbaasd over de massa aan pelgrims die we dan zien. In de loop van de dagen verspreidt zich dat wel, maar die eerste dag is altijd even slikken. We kletsen even met Manon, een Zwitserse met een Nederlandse moeder, die perfect en praktisch accentloos Nederlands spreekt. Haar tempo ligt beduidend hoger dan het onze, dus na een paar minuten loopt ze bij ons weg. Elke keer als mensen ons voorbij lopen, spits ik mijn oren om te horen waar ze vandaan komen. We zien vier mensen uit Portugal, twee Spaanse vriendinnen, een grote groep jonge Amerikanen, een Spaans hip stel vol met tattoeages, twee Duitse dames, nog een groep van zes mensen van wie we de herkomst niet ontdekken, en we raken aan de praat met de Britse Richard en Hellen. Zestigers die elk jaar 12 dagen camino doen en dit jaar de finish gaan halen. We zien hen bij een café ongeveer zes kilometer voor de eindbestemming van vandaag, en ze hebben allebei een gigantische pul bier voor hun neus. Pieter en ik fluisteren zachtjes over hen: ‘Zouden ze hier blijven slapen, dat ze al aan het bier zitten?’ Dan hoor ik dat Richard af wil rekenen en het bedrag niet verstaat. ‘It’s eight fifty’, bemoei ik me ermee. Hij draait zich om naar mij, bedankt me voor het tolken, en zegt dan lachend: ‘We ordered lemonade, and then we got this’, en hij wijst naar de halfvolle pullen bier. Ah, dat verklaart het. ‘Moeten jullie nog ver?’ vraag ik. ‘We gaan naar Grado, naar Alberge La Quintana.’ Gezellig, dat is precies waar wij ook heen gaan. We kletsen over van alles, maar hun interesse wordt vooral gewekt als Pieter vertelt dat hij ooit van Land’s End naar John O’Groates is gefietst, een 1000 kilometer lange tocht van Zuid-West Engeland naar het meest noordelijke puntje van Schotland, en wij spitsen onze oren als ze ons vertellen dat zij in Brixham aan de South West Coast Path wonen, het pad dat wij vorig jaar zomer deels hebben gelopen. Dan nemen we afscheid en beloven we elkaar vanavond bij het diner weer te zien.

Zo fijn om eens níet op asfalt te wandelen!

Het is wel vrij druk met pelgrims de hele dag…

De laatste zes kilometer gaat over een zandpad door een vallei, waarbij bergen en heuvels als slome reuzen om ons heen liggen. Doordat het hier even volledig plat is, heeft de wind vrij spel en waait er een koele bries. Heel erg fijn, want het is intussen al wel zo’n 35 graden en we zitten niet langer in de schaduw van het bos. Grado binnen wandelen is weinig inspirerend; dit is geen mooi dorp. Maar dat maakt ons niet uit, want we eten straks onze avondmaaltijd in de herberg en hoeven dus de deur niet meer uit. We hebben een kamer voor twee met een balzaal van een badkamer, waar we douchen naast een prachtig glas-in-lood-raam en waar de kranen van koper zijn. Alles is hier helemaal in oude stijl, wat geweldig past in dit supermooi gerenoveerde pand. We douchen en wassen onze kleding. Een dikke high-five, een knuffel en een kus zijn wel op zijn plek; zoals de ochtend begon, hadden we beiden nooit verwacht dat we zo moeiteloos deze 27 kilometer zouden afleggen. Oké, qua klimmen en dalen schijnt vandaag nog maar een voorproefje te zijn van het echte werk, een generale repetitie eigenlijk, een soort wen-dag, maar met die buikloop van de laatste dagen hadden we dit niet durven hopen. Dus morgen, ja morgen starten we wél stuiterend van opwinding. Beloofd.

We passeren ook nog een heel lief klein kerkje, waar acht bankjes staan en je dit ziet.

Stijgen en dalen: 857 m omhoog, 698 m omlaag.

Slapen: Albergue La Quintana. Voor een tweepersoonskamer met eigen badkamer (met onze fysieke probleempjes wel een must) betaal je hier 50 euro. Diner is plato combinado voor 10 euro en ontbijt voor 5 euro. Prachtig gebouw!

Check out die badkamer!

Over de schrijver

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No reacties