GR92 Costa Brava Begur – Palamós, 23km

0

De zonsondergang in Begur duurt ons iets te lang. We hebben trek. We laten het kasteel in de heiïge avondlucht voor wat het is en zoeken een tentje op waar ze pintxos serveren. Die hebben we nog niet gehad deze vakantie. We vallen met de neus in de boter. Dit tentje lijkt het meest populaire plekje van het hele dorp te zijn. Hun terras is groot, maar wij vinden het te koud dus wij strijken binnen neer op twee barkrukken vlak naast de vitrine met alle pintxos. Lijkt toevallig, maar is natuurlijk compleet strategisch gekozen. Aan de bar, tussen de mannen die af en aan rennen naar het terras, met continu zicht op die verrukkelijk ogende hapjes. Elke keer als ze fooi ontvangen, wordt er keihard in een toeter geknepen en schreeuwen de drie camareros in koor ‘consejooooooo’. Elke keer lachen ze hard en lachen wij met hen mee. We hebben een heerlijke avond.

Bewegwijzering langs GR92

Vanochtend zijn we vroeg op pad. Nog geen honderd meter nadat we het rood-wit oppakken in Begur, zijn we het alweer kwijt. Wat is dit toch? We klagen over de belabberde bewegwijzering en fantaseren over hoe we een mailtje gaan sturen naar de provincie Girona, waarin we onze diensten aanbieden. Zouden ze twee Hollanders met een pot verf op pad sturen? Het lijkt ons een goede grap. Dan zouden we het rood-wit zo aanbrengen, dat een wandelaar de weg ook daadwerkelijk víndt. Ook zou het ons de gelegenheid bieden deze prachtige route nog een keer te lopen, maar dan met beter weer. Want dat laat wel een beetje te wensen over.

Opwarming van de aarde/zee

We zagen het bij de NOS: blijkbaar is de temperatuur van de Middellandse Zee zo hoog, dat er extreem veel verdampt. Dat valt dan in heftige buien in het binnenland weer naar beneden, vooral in het najaar. Het is goed te merken: het is al dagen vrijwel windstil, de luchtvochtigheid is bijna 100% (!) en er zit een ongelofelijke hoeveelheid elektriciteit in de lucht. Afgelopen nacht in Begur heeft het ook weer uren hard geregend, gedonderd en geflitst. Vanochtend toen we onze rugzak in pakten, waren voor het eerst deze reis onze sokken en ondergoed – gistermiddag gewassen – nog zeikenat. Alles plakt en voelt klammig.

Door een volstrekt grijs landschap met laaghangende wolken gaan we vandaag heel vroeg op pad. We hebben zelfs, tot ons grote verdriet want het zag er ontzettend veelbelovend uit, het ontbijt aan ons voorbij laten gaan. Dat werd pas vanaf 9.00 uur geserveerd, en dat is vandaag helaas te laat. We moeten 23 kilometer lopen en vanaf 14.00 uur gaat het regenen. Liever zijn we voor die tijd binnen.

Intussen zit er plakband over mijn kapotgescheurde rugzak

Grijs, grijs, grijs

We wandelen over een prachtig aangelegd pad door het bos, direct langs de kliffen. Als het spannend wordt, is er een houten balustrade tussen ons en de afgrond, dus echt eng is het nergens. Om half tien zie ik de eerste bliksemschicht. Automatisch begin ik te tellen. Pas bij zes horen we het donkere gebulder van de donder; die is nog niet in de buurt. We wandelen rustig door, over bospaadjes waar zwartkopjes en roodborstjes de melodie bepalen en onze stokken het ritme. Het dorp Tamariu wordt langzaam wakker, maar we zien er nauwelijks iets van. Vanaf de eerste straat buigt de route alweer af richting het bos, waar het over trappen constant stijgt en daalt. Bij het uitzichtpunt Mirador de la Badia de Tamariu valt weinig te halen; het grijs van de lucht gaat naadloos over in het grijs van de zee.

Het is vandaag erg zwaar voor de knieën; zoveel trappen!

Het is maar hoe je het bekijkt

We dalen af naar baaitjes en stranden en stijgen dan weer naar klifniveau. Na acht kilometer komen we bij het hoogtepunt van deze etappe: de Ermita de San Sebastiá. Dit kapelletje uit de 15e eeuw staat op een klif van 160 meter hoogte en heeft ook een uitkijktoren, bedoeld om piraten en kapers op zee te zien aankomen. Ernaast staat de belangrijkste vuurtoren van dit deel van de Catalaanse kust, ook een ouwetje: gebouwd in 1857. Pieter is er een foto aan het nemen en ik kijk om me heen. Er is niets te zien; alles is grijs. Als we doorlopen, is er een Duitse man die druk foto’s neemt. ‘Je moet even teruglopen,’ zegt hij, ‘vanaf daar is het zo ontzettend mooi.’ Ik kijk hem verbaasd aan; ziet hij niet hetzelfde als ik? ‘Je maakt een grapje, toch? Alles is grijs en mistig hier, ik zie werkelijk niets.’

Hij op zijn beurt kijkt mij verbaasd aan. ‘Maar het is zo betoverend,’ zegt hij dan gemeend. Ik kijk opnieuw om me heen. We kunnen niet in de verte kijken, maar hoe die ermita en de erachter gelegen ruïnes van een immens oud Iberisch dorp vanuit de mist lijken op te doemen, heeft inderdaad wel degelijk iets sprookjesachtigs. Het is uiteindelijk maar net hoe je het bekijkt: balen van wat je niet ziet, of genieten van wat je wel ziet. Die man heeft het goed bekeken 🤩

Zonneschijn

Tot onze grote verbazing komt om een uur of twaalf – we hebben er al bijna zestien km op zitten – de zon tevoorschijn. Blauwe lucht, schittering op het water, de parasoldennen met hun intense groen in het zonlicht. Die urenlange regen blijft blijkbaar uit. Dit is zo fijn. We treffen een drietal jongens die net voor ons verkeerd lopen. Een van hen is Brits, de tweede Frans en de derde Marokkaans. Ze kennen elkaar uit Madrid, waar ze alledrie wonen. We raken met elkaar in gesprek en wandelen een tijdje met elkaar op. De Fransman en de Marokkaan zijn vrij onervaren met meerdaagse hikes. De Marokkaanse jongen draagt zelfs een rugzak zonder heupband. Als ik vertel dat het veel scheelt als je je heupband aantrekt – want daarmee valt het gewicht van je schouders weg – doet de Franse jongen dat. ‘This makes all the difference’, roept hij verrukt. ‘Do you have any more tips?’

Daar komt opeens wat blauwe lucht tevoorschijn

We wandelen al kletsend door het bos, langs de kliffen en over zandpaadjes. De kracht van de afleiding laat zich weer zien: in no time hebben we vijf kilometer met deze jongens gewandeld. In die tijd lopen we wel twee keer fout. Ook dát is natuurlijk een consequentie van zo’n gezellige afleiding: niemand let meer op het rood-wit. Als ik merk dat ik eigenlijk te hard voorbij allerlei mooie plekken wandel en nauwelijks opkijk omdat ik me concentreer op mijn gesprek met Josh, de Brit, roep ik Pieter om een pauze. We hebben al twintig kilometer gewandeld zonder even te gaan zitten en nu de zon eindelijk schijnt, wil ik genieten van de omgeving, niet er keihard doorheen rennen. Ook al is dat dan met heel leuk gezelschap.

Tegeltjeswijsheid

We laten de drie jongens voorgaan (zij moeten vandaag 33 kilometer, dus ze hebben ook nogal haast) en gaan samen op een betonnen trappetje zitten. De nattige sokken en ondergoed leggen we te drogen in de bosjes. We kijken om ons heen, zuchten hard, en komen helemaal tot rust. In plaats van in de regen wandelen we daarna in de zonneschijn naar Palamós, onze eindbestemming van de dag. De tekst van een kaartje dat ik Pieter vijftien jaar geleden gaf, schiet door mijn hoofd. ‘Het is best zonnig voor kutweer.‘ Zo is het vandaag precies. Al ligt dat er dus ook vooral aan, hoe je het bekijkt.

Slapen: Hotel Marina, vlak bij de haven. De kamers zijn een beetje sjofel, maar het restaurant dat erbij zit oogt prachtig. Wij gaan vanavond nergens meer heen.

Afstand: 23 km

Hoogtemeters: 414 meter omhoog, 578 meter omlaag

About author

Marlies

Niets zo leuk als wandelen. Als ik wandel, voel ik me op z'n fijnst: mijn lijf aan de slag, mijn hoofd in de ruststand. Maar wat ik ook heel leuk vind, is schrijven. En op deze blog komen die beide passies samen: schrijven over wandelen. Dat dat hier kan, is een groot cadeau. En dat jij meeleest, is een minstens zo groot cadeau. Dus welkom op deze blog! Laat me vooral weten wat je vindt! Oh, en we hebben ook een account op Polarsteps, Facebook en Instagram. Mocht je exact willen zien waar we uithangen, of meer foto's bekijken en minder geouwehoer lezen. Kan allemaal :)

No comments

Babs

Iets doen wat je nog nooit gedaan hebt is altijd leuk, maar zo bijzonder als dit was... Ik heb mijn vriendin getrouwd!