We doen het vandaag even helemaal anders. Het is prachtig weer, maar de etappe gaat een kleine twintig kilometer door het bos. Dat betekent: geen zee, geen baaitjes, geen stranden, geen uitzicht. Dat doen we dus niet! We besluiten de taxi te nemen naar Platja d’Aro, waar we gister als verzopen katjes besloten de boel de boel te laten, en dan opnieuw naar Sant Feliu de Guixols te lopen. Dit keer met het hoofd geheven en de blik richting zonnige horizon, in plaats van met capuchon op richting de natte grond. Daarna nemen we vanuit Sant Feliu de Guixols de taxi naar een punt acht kilometer vóór Tossa de Mar, onze eindbestemming, om zo de grand finale van deze reis te wandelen. We overleggen met Annemiek en Roberto van waw.travel, en die zijn het gelukkig eens.
Plan? Plan!
Villa’s en diva’s
‘s Ochtends rijden we met ene Jose mee vanuit Sant Feliu naar Platja d’Aro. Als we hem vertellen dat we die middag opnieuw een taxi nodig hebben, geeft hij zijn visitekaartje. ‘App me maar als je in de buurt bent. Tot straks!’
Onder een strakblauwe hemel lopen we opnieuw over de twee kilometer lange boulevard van Platja d’Aro. Een totaal ander beeld dan gister. We zuchten van verrukking; hoe geweldig is dit.

Uit de omschrijving van de Duitsers hadden we al opgemaakt, dat na Platja d’Aro de Costa Brava zich van haar chiqueste kant laat zien, en daar blijkt niets van gelogen. We lopen over een breed pad, hoog op de kliffen en afgezet met oude, kromgetrokken Franse tamarisken, langs de meest waanzinnige villa’s. Het pad gaat telkens met twee traptreetjes omhoog of omlaag en is populair bij dagjesmensen. Iedereen wil zich wel vergapen aan de overduidelijke rijkdom die hier zo tentoongespreid wordt. Elk huis dat we zien kan doorgaan voor een hotel, met prachtig aangelegde tuinen en een uitzicht om van te dromen. Een aantal van die huizen is in vroeger tijden gebruikt als filmset. Robert de Niro, Sean Connery, Ava Gardner en Liz Taylor, allemaal zijn ze hier geweest. Op het pad is een fototentoonstelling te zien over 100 jaar s’Agaró, zoals het hier heet, als filmset.


Taxi vanuit Sant Feliu
Nadat we tientallen trappen zijn afgedaald richting soms de meest romantische, verlaten strandjes, en evenzovele trappen zijn opgeklommen richting de hoge kliffen, komen we aan in Sant Feliu.

We nemen een kijkje bij de oude Monestir en gaan dan naar een barretje voor een colaatje. Ik app Jose dat we graag een taxirit zouden willen hebben naar Sant Grau. ‘Ik ben in Barcelona,’ appt hij terug, ‘ik kan pas vanaf half vier.’ Ik kijk op mijn horloge. Het is tien over half twee. Ai…

Het 10e eeuwse klooster met de beroemde Porta Ferrada, een voorromaanse gevel uit rond het jaar 1000
We googelen taxibedrijven en bellen er een aantal. Het Spaans van de taxichauffeurs die ik aan de lijn krijg is snel en onverstaanbaar, doordat ze allemaal in een rijdende auto zitten natuurlijk, maar wat ik ervan begrijp, is dat we geen taxi kunnen krijgen. Ik bel het hotel waar we afgelopen nacht sliepen, of zij nog een idee hebben, maar ook zij hebben alleen het nummer van Jose. We besluiten naar de taxistandplaats te lopen. Daar staat geen taxi, maar wel een bord met een telefoonnummer. Ik bel het nummer en ontdek al gauw dat ik opnieuw Jose aan de lijn heb. Dit schiet niet op.
De tourist information dan maar? We lopen er hoopvol naar binnen, maar de dame daar zegt dat ze niets méér kan doen dan wat we zelf al gedaan hebben: taxichauffeurs bellen. Ze zoekt nog even op of we ook met het openbaar vervoer in Tossa kunnen komen, maar de eerste bus gaat vanavond om 21.15 uur en is dan tweeënhalf uur later in Tossa.
Wat nu te doen?
Pieter en ik hebben geen idee wat we nu moeten doen. Terug naar het café van net en dan maar wachten tot Jose terug is uit Barcelona? Dan zijn we hopelijk rond 16.00 uur bij Sant Grau. De wandeling naar Tossa de Mar is dan nog acht kilometer, dus een uur of tweeënhalf, dan zijn we rond half zeven in ons hotel. Moet gaan. We wandelen weg bij het VVV-kantoor en gaan richting de zee. Dan kijk ik op. Is dat nou een taxi die ik daar zie staan? Ik zet het op een rennen, Pieter rent achter me aan, en als ik voor de auto sta en de chauffeur vragend aankijk, knikt hij. Hij is beschikbaar. Yes!
Een half uur later staan Pieter en ik opgetogen, blij en totaal verbaasd over onze mazzel, op de GR92 in het massís de l’Ardenya–Cadiretes. Vroeger was dit een ondoordringbaar bos van aardbeibomen, steeneiken en struikgewas, maar nu staan er vooral kurkeiken, in de 19e eeuw volop aangeplant voor de kurkindustrie van Sant Feliu.

Ook is dit massief vergeven van de dolmen en menhirs. Het lijkt soms wel of het landschap van het Mullerthal is opgetild en hier is neergegooid; op veel plekken langs het pad staan enorme rotsformaties. Eén van die rotsformaties is bekend als fotoplek: vanaf daar zie je voor het eerst de vestingtorens en de contouren van Tossa de Mar liggen. We weten waar we heen moeten.

Steile afdaling
De Duitsers zeggen over de afdaling het volgende: ‘The following descent is steep and not exactly easy on the knees (perhaps the only section of the entire Camí de Ronda where hiking poles would have been worthwhile).’ Nu weten jullie dat ik mijn stokken al gebruik als ik een stoeprandje afstap, dus deze beschrijving maakt me lichtelijk nerveus. Het pad is breed, dat is gunstig, maar de ondergrond is gravel. Algauw merk ik dat mijn stokken geen enkele grip hebben op het gladde gruis. Zoveel ik kan, loop ik door de ‘berm’ waar bladeren, takjes en stenen de boel iets minder glad maken. Pieter heeft intussen ook zijn stok gepakt – een unicum – en vindt dat ook echt nodig. Het is verre van steil, maar die glijdende steentjes maken het spannend.
Als ik een haarspeldbocht moet pakken, bedenk ik me opeens dat ik nog nopjes onder mijn stokken heb zitten. Die waren in Les Ecrins verplicht, maar die kunnen er nu natuurlijk af. Een wereld van verschil! Vanaf dat moment glij ik helemaal niet meer, word ik trefzekerder met mijn stappen en loop ik kletsend en relaxed naar beneden. Waar ze de steepness vandaan halen, weten we niet; het is een lange, maar verder zeer bescheiden afdaling.

Tossa de Mar
Tossa de Mar is een middeleeuwse vestingstad op een rotsige landtong, met torens en muren die boven een goudgele baai uitsteken. Grieken, Iberiërs en Romeinen waren hier al, en in de jaren dertig kwamen er zoveel kunstenaars dat het dorp de bijnaam Babel van de Kunsten kreeg. Je krijgt het vanaf dat ene punt in het bos helaas niet meer te zien totdat je er binnen stapt, maar dan weet je ook niet hoe je het hebt. Die Vila Vella is waanzinnig! Kiplekker en helemaal blij met hoe de dag verlopen is, wandelen Pieter en ik naar ons hotel. We hebben opnieuw geluk: we slapen in een kamer die uitkomt op het dakterras, vanaf waar we dit uitzicht hebben.

Cim i tomba
Over het eten hier hebben we gehoord dat we cim i tomba moeten proberen. Een stoofpot van vis, aardappels en aïoli. Cim i tomba betekent blijkbaar zoiets als ‘bovenop en omkeren’: de pan wordt tijdens het koken geschud en gekeerd, zodat de aioli zich door het gerecht mengt. We bestellen het bij een leuk familierestaurant midden in de oude stad. Het ziet er niet echt appetijtelijk uit, maar het is zo ontzettend lekker. Een feestmaal om een waanzinnige wandelreis mee af te sluiten. Niet in ons geval echter: vanwege de code rood hebben we vorig week de etappe Empuriabrava – l’Escala gemist, dus die gaan we morgen doen. We kunnen er nou eenmaal geen genoeg van krijgen.
Slapen: Hostal Boutique Es Menut, midden in het oude centrum. Het uitzicht vanaf hun dakterras is spectaculair.
Afstand: 24 km
Hoogtemeters: 640 meter omhoog, 640 meter omlaag

No comments